Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bare gebouwen, onroerende eigendommen, bosschen en landbouwondernemingen, welke aan den vijandelijken Staat behooren en zich in de bezette landstreek bevinden. Hij moet het grondkapitaal dier eigendommen in zijn geheel laten en die overeenkomstig de regelen van het vruchtgebruik beheeren.

De tijdelijke bezitter is slechts tijdelijk administrateur en niet als de wettige Souverein een regeerder, die geacht wordt voor het publiek welzijn te leven; zijn eigenbelang staat op den voorgrond, en hij zal, waartoe hij ook volkomen recht heeft, liever een deel van de opbrengst der belastingen tot eigen voordeel aanwenden, dan ze besteden b. v. aan het uitvoeren van publieke werken. Exploitatie der domeinen behoort regelmatig te geschieden. Gedurende den Duitsch-Franschen oorlog van 1870—71 zijn klachten gerezen, omtrent het roof kappen dooide Pruisen van de domaniale bosschen nabij Nancy. De Pruisische administratie heeft zich genoodzaakt gezien zich daaromtrent te verantwoorden.

Tot in 1877 heeft dit geleid tot merkwaardige processen.. (Zaak van de Berlijnsche bankiers Samelson en Sackur.)

Art. 56.

De eigendommen der gemeenten, die der inrichtingen gewijd aan openbare eerediensten, aan weldadigheid en aan het onderwijs, aan de kunsten en wetenschappen, ook al behooren deze aan den Staat, zullen worden behandeld op gelijken voet als het partikuliere eigendom.

Alle inbeslagneming, opzettelijke vernieling of beschadiging van dergelijke instellingen, van geschiedkundige monumenten, van werken van kunst of wetenschap is verboden en moet worden vervolgd.

Buit (vaandels, kanonnen, munitie, geweren, in het algemeen alle oorlogstuig en krijgskassen) mag nimmer toegeëigend worden door hem, die den buit maakte, doch moet den bevelhebber worden opgebracht, om aan den Staat te worden uitgeleverd.

De Staat bepaalt gewoonlijk eene premie voor den aangebrachten buit, of kent vrijwillig een zeker aandeel in den buit

Sluiten