Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoewel Generaal Sir John Ardagh in de zitting van 22 Juni der geheele Eerste Commissie op de zaak terugkwam, weru het voorstel door den Nederlandschen gedelegeerde, ondersteund door Kolonel Gilinsky (Rusland) en den President, volgehouden en verdedigd, ten slotte aangenomen met 20 Staten voor en twee (Engeland en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika) tegen, met

één onthouding (Portugal) l).

Deze beslissing heeft reeds het voordeel opgeleverd dat, in uen strijd in Zuid-Afrika, Groot-Britannië, ofschoon het de Verklaring niet heeft onderteekend en ofschoon er groote bezendingen dumdums naar Kaapstad waren gegaan, er toch, met eerbiediging van de officieel gebleken algemeene opinie, geen gebruik van gemaakt heeft.

De tweede verklaring luidt:

Ue contracteerende Mogendheden stemmen toe om \ ooi den tijd van vijf jaar te verbieden het werpen van projectielen en ontplofbare middelen uit opgelaten ballons of op dergelijke nieuwe wijzen.

Deze Verklaring is slechts verplichtend voor de contracteerende Mogendheden (enz. als verder bij de eerste Verklaring).

Deze verklaring is een gevolg van het 8de onderwerp dat ingevolge de circulaire van Graaf Mouravieff in de Vredes-conferentie een punt van beraadslaging heeft uitgemaakt.

Het Russisch voorstel werd door schrijver dezes ) namens de Nederlandsche regeering ondersteund. De reserve van vijf jaar is er in gebracht door Rumenie en Duitschland. Geconstateerd is dat niet bedoeld is het gebruik van mortieren of andere kanonnen met. boogschot te verbieden. Daarom is het woord „nieuwe', dat oorspronkelijk niet in den tekst van het voorstel stond, er bijgevoegd.

De derde verklaring luidt:

De contracteerende Mogendheden ontzeggen zich het gebruik van projectielen, die tot eenig doel hebben verstikkende of vergiftige gassen te verspreiden.

Voorts als bij de vorige verklaringen. Zij heeft geen aanleiding gegeven tor bijzondere opmerkingen.

1) Officieel Proces-Verbaal, 2<ic deel, blz. 6—8.

2) Idem, blz. 65.

Sluiten