Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van particulieren, krijgsvoorraad voor Engeland en had eind Januari 1900 reeds 60.000 granaten afgeleverd. Daaromtrent in de Kamer geinterpeleerd verklaarde de Spaansche MinisterPresident S i 1 v e 1 a, dat het contract voor de levering geteekend was vóór de oorlogsverklaring en dat de Regeering den uitvoer der granaten dus niet had willen verhinderen ')• Uit de Argentijnsche Republiek zijn voor Engeland een groot aantal paarden opgekocht en naar Zuid-Afrika verscheept.

Eene andere vraag is: of het belang van den onzijdigen Staat medebrengt wapen- en munitie-verzendingen in het groot toetelaten? Dit is eene quaestie niet van recht, maar van politiek en dus a priori niet te bepalen. Wel mag men aannemen, dat een kleine Staat in den regel voorzichtig handelen zal met den uitvoer van wapenen in het groot te verbieden.

Het bezit van wapenen toch is een eerste vereischte om oorlog te kunnen voeren. Het gemis daarvan had in 1814 voor Napoleon zeer nadeelige gevolgen. In 1870 daarentegen maakten de groote wapenaanvoeren uit Amerika en Engeland het den Franschen mogelijk, na de capitulatiën van Sedan en Metz, nieuwe legers te bewapenen. Zulk een aanvoer in het groot wordt noode door de tegenpartij gezien en wekt wrevel op tegen hen, die haar vijand van wapenen voorziet, al zijn deze daartoe in hun recht. Zoodanige stemming leidt allicht tot de onderstelling, dat de neutrale Staat de verzendingen niet slechts toelaat, doch begunstigt en dus den vijand bedektelijk ondersteunt2). Wat het recht betreft, verklaarde in Aug. 1870 de Amerikaansche Minister van Buitenlandsche Zaken te Washington , dat wapenen en ammunitie altijd waren beschouwd als artikelen van rechtmatig handelsverkeer der onzijdigen in oorlogstijd. De Vereenigde Staten achtten zich dus gerechtigd om daarvan alle oorlogvoerenden zonder onderscheid te voorzien. Gedurende den oorlog van 1854—56 in de Krim liet Pruisen den vrijen uit- en doorvoer van wapenen en ammunitie naar Rusland toe. In Engeland is het verbod tot het verkoopen van wapenen en ammunitie aan oorlogspartijen niet opgenomen in de wet van Aug. 1870 tegen schending van neutraliteit. Velen, zegt de Times, waren echter van gevoelen dat dit moest

• geschieden.

Zeker is het, dat het bij de Duitschers, in den oorlog van 1870—71, eene groote verbittering tegen Engeland veroorzaakte, dat — zooals beweerd wordt — vele van de door hen buitgemaakte geweren met Engelsche gouvernementsmerken waren voorzien. Het is aantenemen, dat alleen dringend staatsbelang den Duitschers weerhield Engeland dientengevolge den oorlog aantedoen 3). Graaf Bernstorff, Pruisen's gezant te Londen,

1) N. Hotterd. Courant 30 Januari 1900.

2) Bluntschli, § 766.

3) Dalin, Jahrbilcher filr die Deidsche Armee und Marine 1872, N°. 14.

Sluiten