Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bepalingen betreffende de toelating van oorlogsschepen van vreemde Mogendheden in 's Rijks zeegaten, havens en binnenwateren.

(Kon. Besl. 2 Febr. 1893, Stbl. n°. 46.)

Artikel 1.

Het is aan schepen en vaartuigen van oorlog van met Nederland bevriende Mogendheden vergund 's Rijks zeegaten, met uitzondering van het zeegat van den Hoek van Holland, binnen te loopen en op de reede van de meest nabij de zee gelegen plaats ten anker te komen, mits het aantal dier schepen en vaartuigen, onder dezelfde vlag, met inbegrip van de reeds aanwezig zijnde, niet meer dan drie bedraagt.

De bovenbedoelde reeden zijn: die van Vl'mingen, Veere, Zierikzee, Brouwershaven, Hellevoet sluis, Brielle en Texel.

Art. 2.

Het is aan vreemde schepen en vaartuigen van oorlog verboden om zonder vooraf verkregen vergunning van den Minister van Marine, 's Rijks versterkte havens binnen te loopen of 's Rijks binnenwateren te bevaren.

De versterkte havens zijn: de havens van Hellevoetsluis, de haven van IJmuiden, alsmede het Nieuwediep.

Tot de binnenwateren worden gerekend ook te behooren:

het Fr'mche zeegat, de gaten van Vlieland en Terschelling, de Zuiderzee met hare toegangen van de reede van Texel en het Marsdiep, benevens het zeegat van den Hoek van Holland.

Art. 3.

Geen van de in artikel een bedoelde schepen en vaartuigen of van die, welke de in artikel twee vermelde vergunning hebben verkregen, mag langer dan veertien dagen achtereen binnen het Rijk vertoeven.

Art. 4.

De in artikel een voorkomende beperkende bepaling en het bepaalde bij de artikelen twee en drie zijn niet toepasselijk:

a. op het schip, aan boord waarvan zich blijkens de gevoerd wordende standaard of vlag bevindt een Regeerend Vorst, een lid van een regeerend Vorstenhuis, de President eener Republiek, dan wel een bij Ons Hof geaccrediteerd Gezant of Hoofd eener Missie van eene vreemde Mogendheid;

b. ingeval van binnenloopen of ankeren wegens zeegevaar of averij, voor den tijd, dat wegens een van deze of wegens beide oorzaken, ter beoordeeling van den Minister van Marine, het verblijf noodzakelijk is.

Sluiten