Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZJT" 7V" d,i?nS ver<llltwoordelijkheid tegenover de Staten-Generaal, terwijl bovendien, zooals wij zagen, ook nog aan n rechter de bevoegdheid toekomt eene vervolging te gelasten wanneer het O. M. die ten onrechte mocht hebben nagelaten ). De vraag kan echter worden gesteld, of tegenover

de aan het O. M. gelaten vrijheid niet aan den privaten persoon het recht behoorde te worden toegekend, althans in bepaalde gevallen, het initiatief tot eene vervolging te nemen >) Wanneer een officier van justitie kennis krijgt van een gepleegd misdrijf zal hij daaromtrent de noodige opsporingen

oen, 8, 6° Staf,..), en infom.tien dom LiZ C

door zijne ambtenaren, hetzij op zijn requisitoir door den rechtercommissaris en verder alle noodige requisitoiren nemen, die hij nuttig en noodig oordeelt, artt. 31 en 32. De vervolging van de tot zijne competentie behoorende strafbare feiten is dus aan hem opgedragen. Hij treedt daarbij op als de ambtshalve venolger en zjjn standpunt gedurende het geheele strafproces is een party-standpunt.

Het O. M. wordt geacht .te zijn de vertegenwoordiger der stamgemeenschap en is met de verdediging harer belangen e ast. Het staat als zoodanig tegenover den beklaagde, doch

') Zie hierboven bl. 35. Over de onderlinge verhouding van Minister van Justitie en rechterlijke macht bij het bevelen van eene strafvervolging

van mTYT C V' ^ XVH1 32 ^ in ant—d op duf van mr. A. A. Cnopius in T. v. Str., XVII 197 vlgg

) Zie over deze belangrijke vraag o. a. Suess, Die Stelluna der Parteien ^modernen Strafprozesse, hl. 50 vlgg. en de literatuur, v^eld in noTt

1 Van het verrichten dier werkzaamheid zijn volgens deze bepaling de ambtenaren van het O. M. bij de kantongerechten uitgesloten. Hunne taakls

tweed T7 'rg r t0t hUMe keDnis ^ekomen feiten, en de hun bij de

vin de hun t 7™" 22 geg6Ven bevoe*dheid. naar aanleiding an de hun ter vervolging toegezonden processen-verbaal nasporing te doen

of die aan andere ambtenaren op te dragen, bepaalt zichTl^^itdr k

kehjke verklaringen bij de totstandkoming van het tegenwoordig artikel

g geven, tot het nemen van nadere informatiën naar aanleiding van onvol

led'ge processen^erbaal; Smidt, t. a. p., I 74-78. VolgeTtfïl va^htt

bö Koninklijke Boodschap van 2 Mei 1907 ingediende ontwerp (W 8527)

vervalt de .n art 8 n°. 6 ten aanzien van de ambtenaren van het openbaar

ministerie by de kantongerechten gestelde uitzondering en wordt hun zelfs

de bevoegdheid gegeven om zelf ,oorloopige informatifn in te winnen

Sluiten