Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke toestemming steeds weer kan worden ingetrokken. In het oorspronkelijke regeringsvoorstel werd ook aan den raadsman van den beklaagde het recht gegeven zijne vragen onmiddellijk tot de getuigen te richten, doch op aandrang van de Commissie van Rapporteurs word deze bepnling teruggenomen en door het thans geldende voorschrift vervangen. De heer v. d. Biesen, die tegen deze wijziging bij de openbare beraadslaging in de Tweede Kamer in verzet kwam, trok, na eene ernstige berisping van den heer Huber, lid van de C. v. R. en vertegenwoordiger van de balie in die commissie, zijn amendement weer in ').

Volgens art. 185 oud kon de president, na het hof te hebben geraadpleegd, beletten dat aan eenigc vraag, door raadsheer, procureur-generaal of beklaagde gedaan, werd gevolg gegeven.' Naar de redactie van het tegenwoordige art. 169 lid 4 zal in overeenstemming trouwens met de bedoeling der regeering 2), eene door een der rechters gestelde vraag niet kunnen worden geweigerd; wel kan dit geschieden door de rechtbank met eene vraag door den officier of door den beklaagde gedaan, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering of verzoek der tegenpartij.

Is het verhoor van den getuige afgeloopen, dan kunnen hem volgens art. 170 niettemin nog gedurende den verderen loop van het onderzoek nadere vragen worden gedaan met inachtneming van de bepalingen van art. 169.

Na liet afleggen hunner verklaringen blijven de getuigen, naar de bepaling van art. 171, in de gehoorzaal. De rechtbank kan hen echter machtigen, doch niet dan met toestemming van den officier en van den beklaagde n), om zich te verwijderen, zoo noodig met het bevel om op een bepaalden tjjd weder in de gehoorzaal aanwezig te zijn. Niet nakoming van dit bevel stelt bloot aan eene vervolging krachtens art. 192 Sw. en aan de toepassing van art. 158 Sv. Men vgl. art. 157 lid 2.

De president kan, volgens art. 172, getuigen met elkander confronteeren, hetzij ambtshalve hetzij op verzoek van eene

») Smidt, I 244, 251 en 272-274. Vgl. hierboven bl 49 noot 1 3) Smidt, t. a. p. bl. 533.

-1) Het vereisrhte van die toestemming is volgens den H. R niet op straffe van nietigheid voorgeschreven; arrest 15 October 1906; W. 8441. CJf 3

Sluiten