Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van oordeel was dat hetgeen daarin wordt bepaald reeds uit art 202 voortvloeide1), zal de beleedigde partij nietontvankelijk moeten worden verklaard, wanneer hare vordering reeds aanhangig is bij een anderen rechter of hoogerofeene andere is dan die, waarover de strafrechter tegelijk met de strafzaak uitspraak mag doen 2).

Tot het optreden als beleedigde partij is ieder bevoegd die door de handeling, welke den grondslag vormt van de strafactie, is benadeeld. Zij echter, die orn een burgerlijk geïng te voeren bijstand of vertegenwoordiging noodig hebben behoeven, volgens het tweede lid van art. 202, dien bijstand ot vertegenwoordiging ook om zich in het strafgedin- te voegen. In gelijken zin werd reeds vroeger beslist, o. a. ten aanzien van de gehuwde vrouw 3).*<.,, „ .. " '

De voeging door de beleedigde partij geschiedt volgens art. ■' door eene enkele verklaring ter terechtzitting. Deze moet geschieden onmiddellijk nadat volgens art. 152 aan den beaagde de eerste vragen zijn gedaan omtrent naam. leeftijd enz. Zij moet dus plaats vinden niet slechts vóór het aanvangen van het getuigenverhoor, doch zelfs vóór de voorlezing van de beschikking van verwijzing of de voordracht van de zaak door den officier. Is de beklaagde niet verschenen, dan moet de civiele partij zich stellen onmiddellijk nadat er verstek is verleend.

Het zich stellen van civiele partij geschiedt door eene enkele eenvoudige verklaring daarvan. Eene schriftelijke conclusie is niet noodig4). De civiele partij kan zich ook doen vertegenwoordigen door een gemachtigde en zich doen bijstaan door een raadsman, art. 203. Gemachtigde en raadsman kunnen a leen zij zijn, die bevoegd zijn als raadsman voor een belaagde op te treden. Overlegging van eene volmacht door

') Smidt, I 592.

TT^fnQ011^™!1 dlt art'kel mr' A" A' d® Pint0' Het herziene W. v. Sv , d8t de r6Chter' iDdien de vordering is aangebracht tot een zijne bevoegdheid overschrijdend bedrag, zich zelf onbevoegd zou moeten verklaren, maar n.et, zooals art. 207 zegt, den eischer met-ontvankeliik.

3) I-eon, aant. 21 art. 231. J

4) Aldus ook de Bosch Kemper, Strafv., III bl. 54.

Sluiten