Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zesden titel en is behoudens enkele uitzonderingen geheel gelijk aan het proces bij de rechtbank, zooals het in den vierden titel is omschreven. Deze titel wordt dan ook in art. 253 op het rechtsgeding bij den kantonrechter van toepassing verklaard behoudens enkele afwijkingen verder in het artikel geformuleerd' Voorloopige informatiën of instructie komen bij de kantongerechtsprocedure niet voor en het proces wordt dan ook altijd volgens art. 252, door eene van wege het openbaar ministerie bii het kantongerecht beteekende dagvaarding aanhangig gemaakt. Verzet tegen die dagvaarding volgens art. 153, ten einde eene voorafgaande beslissing van den rechter uit te lokken komt dus, gelijk art. 253 3° bepaalt, niet te pas en evenmin is er sprake van verzekerde bewaring, van een rechter-commissaris of van een vonnis van verwijzing. Bij de dagvaarding behoeft niet aanzegging te geschieden van de getuigen, die het O M wil doen hooren, zoodat ook de beklaagde de door hem medé te brengen getuigen niet behoeft te doen beteekenen ')

Bij de herziening der wet werd, zonder dat een daartoe strekkend voorschrift in de wet werd opgenomen, de wenschelykheid uitgesproken, om bij de dagvaarding den beklaagde aan zijn recht om zijnerzijds getuigen mede te brengen'te herinneren2). De termijn van dagvaarding is in plaats van tien dagen acht dagen, art. 253, 1°.

Volgens het tweede nummer van art. 253 kan de beklaagde tenzij hij vervolgd wordt wegens het misdrijf van strooperij of nog minderjarig zijnde, op den dag van de eerste terechtzitting den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, of de kantonrechter termen vindt om zijne persoonlijke verschijning te bevelen , bij gevolmachtigde verschijnen. De beperkinovan art. 150, dat de vertegenwoordiger moet zijn een advo" caat of procureur, is hier niet van toepassing; ieder dus, die

volgens het burgerlijk recht als vertegenwoordiger kan optreden

an dit oo^ hier 3). Daartegenover geldt, dat in afwijking van' art. loO eene schriftelijke volmacht gevorderd wordt, welke,

!) Smidt, II 63 vlg.

s) Smidt, t. a. p. bl. 65.

3) Mr. A. A. de Pinto, Het herziene W. v. Sv., II bl. 359

Sluiten