Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook al is de vertegenwoordiger een advocaat of procureur, noodzakelijk is. De volmacht of, indien zij voor een notaris is verleden, een authentiek afschrift ervan, moet worden overgelegd en wordt aan het proces-verbaal der zitting gehecht. Het bij art. 253 2° gegeven recht sluit niet uit dat men, hetzij in persoon hetzij bij gemachtigde verschijnende, zich ook bij den kantonrechter door een rechtsgeleerden raadsman kan doen ter zijde staan '). Dit laatste is thans twijfelachtig geworden, doordat in n°. 3 van art. 253 is ingevoegd, dat de bepalingen betrekkelijk de rechten en verplichtingen van den raadsman niet toepasselijk zijn. Dit voorschrift werd alleen opgenomen, om de toepasselijkheid uit te sluiten van de bijzondere bepalingen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van den raadsman van nog niet achttienjarige minderjarigen '). Met het oog op de andere voorschriften der wet mag worden aangenomen , dat ondanks de bedoelde woorden ook bij de kantongerechtsprocedure een raadsman mag optreden. M. i. geldt dit ook in het geding tegen beklaagden, die nog niet achttien jaar oud zjjn 3).

Nummer 5 van art. 253 — het vierde nummer houdt alleen in , dat de vordering van de beleedigde partij niet hooger mag zjjn dan f 50 en is dus eene herhaling van art. 44 lid 3 R- O- voorziet in het geval, vroeger behandeld in art. 2 der wet van 3 Juni 1859 Stb. n°. 44, afgeschaft bij art. 3c der Invoeringswet, en bepaalt, dat bij de overtreding van art. 439 10 Wetb. v. Strafr., het koopen van militaire klee-'lingstukken van een krijgsman beneden den rang van officier, de kantonrechter in zjjn veroordeelend vonnis zal bevelen, dat de in dat artikel bedoelde goederen, welke als stukken van overtuiging gediend hebben, voor zoover zij bij den veroordeelde werden in beslag genomen, aan ' het militair gezag zullen worden uitgeleverd. Dit voorschrift houdt dus eene

') Mr. A. A. de Pinto, t. a. p. bl. 359—361.

5) De Vries en van Tricht, Geschiedenis der wetgeving op de misdadige jeugd, I bl. 453—475, speciaal bl. 474/475.

3) H. R. 27 Mei 1907; W. 8556. Anders Rbk. Arnhem, 12 Februari 1907; P v. J. n°. 618, en mr. B. Hes, Berechting van jeugdige delinquenten, bl. 115—117.

Sluiten