Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den beklaagde en door den officier van justitie. Een be-

kJaagde die vrijgesproken is, mist uit den aard der zaak de

evoegdheid om te appelleeren; daarentegen kunnen er geldige

redenen bestaan voor een beklaagde, die schuldig verklaard is

maar van rechtsvervolging ontslagen, om in hooger beroep te

komen en de wet sluit het dan ook in dit geval niet uit

e procuieur-generaal heeft niet het recht om, zooals art. 242

oud toeliet, zelf te appelleeren, doch hij kan den officier het

instellen van hooger beroep gelasten en deze is verplicht aan

een dusdanig bevel gevolg te geven. Deze verplichting vloeit

voort zoowel uit de geheele hiërarchische inrichting van het

u. M. als Uit de bepalingen van art. 5 R. O. en art. 28 Strafv. *).

Van vonnissen bij verstek gewezen kan alleen de officier in ooger beroep komen; de beklaagde heeft dat recht niet doch n> f?e 'J wij zagen, tegen een dergelijk vonnis verzet doen volgens de bepaling van art. 266. Heeft de officier geappelleerd en komt daarna de beklaagde binnen acht dagen nadat hem dat appel is beteekend in verzet, dan vervalt het ingestelde hooger beroep van rechtswege zonder door verval van het recht van verzet te herleven *). Een bij verstek verooreelde kan dus het recht van hooger beroep van het O. 11. feitelijk krachteloos maken.

Indien tegen hetzelfde vonnis beroep in cassatie en hooger beroep is ingesteld, blijft de behandeling van het laatste geschorst totdat over de cassatie is beslist. Is de voorziening in cassatie ontvankelijk verklaard, dan vervalt het hooger beroep.

Het laatste lid van art. 228 schrijft voor, dat tegen vonH"®' 6 geene eindvonnissen zijn, het hooger beroep slechts gelijktijdig met dat van het eindvonnis zal zijn toegelaten. Over de vraag, wat onder een eindvonnis moet worden verstaan, bestaat veel verschil van gevoelen; naar mijne meening

Zrï™ * ?^r^ïCvi ÏApHl'lSS^TU1:

° ^^ t! ktv ij ge nd " i s' aangenom e n " ^

Sluiten