Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien titel gegeven voorschriften niet meer kon plaats vinden '). De Hooge Raad had die vraag bevestigend beantwoord en ook aangenomen, dat de bepalingen der artt. 289 vlgg. (oud) niet op straffe van nietigheid voorgeschreven waren '). Ook na 1886 bleef de jurisprudentie in dien zin gevestigd »). De zaak schijnt twijfelachtig. Aan de eene zijde toch kan worden gezegd, dat art. 273 spreekt van alle strafzaken betrekkelijk tot valschheid in geschriften en dat noch in dit artikel noch in de andere artikelen van den titel eenige uitzondering wordt gemaakt; aan c en anderen kant kan moeilijk worden aangenomen, dat de wetgever, indien eene voldoende bewijsvoering langs anderen weg mogelijk is, eene vervolging zon hebben willen onmogelijk maken wegens het niet meer bestaan van het corpus delicti Ik zou daarom meenen, dat indien het van valschheid verachte geschrift niet meer aanwezig is. eene vervolging om die reden niet is uitgesloten. Indien echter naleving van de voorschriften der artt. 273 vlgg. mogelijk is, mag m. i. aan de met-opvolging daarvan de niet-ontvankeljjkheid der ingestelde strafvordering verbonden worden. Eene gerechtelijke instructie wordt bij de artt. 273 vlgg. wel ondersteld doch met bepaaldelijk voorgeschreven 4).

Volgens art. 285 zal de rechtbank, indien de beklaagde ter zake van valschheid in eene authentieke akte wordt veroordeeld hetzij verklaren dat hetgeheele stuk valsch is, hetzij bepaaldelijk aanduiden, waarin de vervalsching bestaat.

Van die verklaring moet door den griffier proces-verbaal opgemaakt worden en door hem met den president onderteekend.

Is het door de rechtbank gewezen vonnis in kracht van gewijsde gegaan, dan zullen afschriften van het proces-verbaal, door den griffier onderteekend, aan het valsche of vervalschte stuk worden gehecht, en bij de uitgifte van grossen of at-

l) De Pinto, Handl. Strafv., bl. 498 en 499.

W?3567^ aantt' 2 eD 5 "d an' 289' Zi6 arr6St Van 20 Januari 1873i

3) Zie H. R. 21 Januari 1901; W. 7557- P v T n° 91 „ a

rechtspraak bij Hulshoff, aantt. 1 en 2 ad 'art. 273. ' "f, -i- .*, *?. }

) Vgl. mijne aanteekeningen in P. v. J. 1888 n*. 138 onder het daar W opgenomen vonnis van Kbk. Groningen van 24 October 1888.

^VT) -

Sluiten