Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindeiijk op den 16e» Augustus 1848 begon de openbare behandeling, die tot den 24en Augustus voortduurde. Op den avond van dien dag werden de ontwerpen, niettegenstaande de hierboven vermelde bezwaren, meest alle met groote meerderheid aangenomen; men vreesde toch, dat bij verwerping de geheele herziening schipbreuk zou lijden en met het beeld van Frankrijk en Duitschland voor oogen begreep men zijn tol aan den tijdgeest te moeten betalen.

De Eerste Kamer had inmiddels eenige verandering ondergaan. Enkele zeer oude leden hadden hun ontslag genomen. De hierdoor ontstane vacatures waren aangevuld en het getal der leden, dat tusschen twintig en dertig kon afwisselen, was op het maximum gebracht. Van den regel om hare discussiën geheim te houden werd voor deze gelegenheid afgeweken. Zoowel de verslagen der afdeelingen als de beraadslagingen zelve werden openbaar gemaakt.

Hoewel door de aanvulling die de Kamer ondergaan had de meerderheid verplaatst was, ondervonden de ontwerpen hier meer tegenstand dan in de Tweede Kamer. Zelfs werd er één met eene meerderheid van slechts twee stemmen aangenomen, nadat eerst de stemmen gestaakt hadden. De ontwerpen ') werden nu, volgens art. 228 der Grondwet van 1840, aan de Provinciale Staten gezonden, die, aan de gewone door hen benoemde leden, even zoo vele buitengewone toevoegden, om aldus de Tweede Kamer in dubbelen getale samen te stellen.

Deze Kamer werd den 18*» Sept. geopend. Reeds acht dagen later, den 27en Sept., bracht zij haar verslag uit. Den 2«n Oct. werden de discussiën geopend, die tot den 7e» duurden, toen de ontwerpen met eene overgroote meerderheid aangenomen werden. Op den llen Oct. vereenigde zich ook de Eerste Kamer met het gevoelen deiTweede Kamer; de afkondiging had, krachtens eene publicatie van 14 October, plaats op 2 November 1848 2), en daarmede had het werk der Grondwetsherziening zijn volledig beslag gekregen.

Belangrijke bepalingen waren tot stand gekomen, vooral de verhouding van Regeering en Staten-Generaal was nauwkeuriger afgebakend en de controle van de laatste over de bestuurshandelingen versterkt. Zooals de commissie, welke den 17e« Maart 1848 met het ontwerpen er van belast werd, dit uitdrukte, was zij „ na raadpleging

1) Zie de Wetten, lioudeude noodzakelijkheid der herziening van sommige bepalingen der Grondwet, Stsbl. 1848 n08. 42—53.

2) Stsbl. nos. 59—70.

2

Sluiten