Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning in de door hem uit te vaardigen maatregelen van bestuur (zooals zij sedert genoemd worden) geen bepalingen door straffen te handhaven zal kunnen maken dan daartoe gemachtigd door eene wet '). Dus zal de Koning den ingezetenen verplichtingen kunnen opleggen wier nakoming door straffen kan worden afgedwongen, dan is daarvoor een wet noodig, die hem voor elk geval de bevoegdheid daartoe verleent.

Ook de op te leggen straffen moeten bij de wet worden geregeld 2). De ïedactie aan de zinsnede, waarin dit is bepaald, gegeven (de wet in plaats van dw wet) zou de mogelijkheid kunnen doen ontstaan, dai evenals de zoo geduchte wet van 1818 een algemeene wet bepaalt, welke straffen zullen gelden bij overtreding van algemeene maatregelen, onverschillig welke. Juist in de algemeene straf bepaling school het groote kwaad, omdat de al of niet bestaanbaarheid van deze of geene koninklijke regeling geheel afhing van de wisselende jurisprudentie der rechterlijke colleges 3).

Bij verschillende wetten is de verdere ontwikkeling der door haar getioffen regelingen opgedragen aan algemeene maatregelen van bestuur, doch de wet van 28 Februari 1891 (Stbl. n°. 69), tot vaststelling v an bepalingen betreffende 's Rijks waterstaatswerken is de eerste, die in 't algemeen de regeling bij algemeenen maatregel van bestuur van een bepaald onderwerp vordert. Bij de behandeling van deze wet is de interpretatie van artikel 56 der Grondwet ter sprake gekomen 4). In de eerste plaats is hierbij uitgemaakt, dat het de stellige bedoeling der Grondwet is, dat de wet die de machtiging geeft, ook de feiten of althans de categorieën van feiten zal aanwijzen, welke in den algemeenen maatregel van bestuur strafbaar gesteld mogen worden. Vervolgens heeft de Regeering om aan de wenschen der Kamer tegemoet te komen, zonder evenwel „te treden in eene behandeling van de principieele vraag: is het uitvoerend gezag bevoegd tot het toepassen van politiedwang, wanneer die bevoegdheid niet uitdrukkelijk is toegekend bij de wet", in haar

1) Art. 56, 2de lid. Bepalingen, door straffen te handhaven worden in die maatregelen niet gemaakt dan krachtens de wet.

2) Art. 56, 3de lid. De wet regelt de op te leggen straffen.

3) Zie Mr. J. T. Buys, De Grondwet. III, blz. 92.

4) Zie Mr. H. van der Hoeven, Wetgeving, Verzameling der stukken en beraadslagingen betreffende voor de praktijk of uit anderen hoofde blijvend belangrijke wetten. Jaargang 1891.

Sluiten