Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een secretaris-generaal, en onder dezen aan het hoofd van elke nfdeeling in den regel een referendaris, onder wien hoofdcommiezen, commiezen, en klerken arbeiden. Bij enkele departementen treft men een directeur-generaal van een specialen tak van dienst, een administrateur of een raad-adviseur aan die de functie van afdeelingschef vervult, terwijl bij de beide militaire departementen sommige afdeelingen door officieren beheerd worden.

§2. Het Kabinet des Konings.

De inrichting van het Kabinet des Konings wordt niet geregeld by de Grondwet. „Het is het algemeene staatsarchief, belast met de behoorlijke bewaring der oorspronkelijke staatsstukken, en met de uitgifte der stukken aan de verschillende ministeriën" •). Het heeft het voordeel, dat de Koning niet telkens zijn toevlucht behoeft te nemen tot de archieven der departementen. Uit het Kabinet ontvangen de ministers de door den Koning onderteekende wetten en besluiten, en alle andere stukken, die met hun departement in betrekking staan.

Aan het hoofd van het Kabinet staat een ambtenaar, die het ambt van Secretaris des Konings in staatszaken bekleedt. Tot 1840 voerde hij dan ook den titel van Secretaris van Staat. Onder Willem II werd echter de Staats-secretarie in het Kabinet des Konings en de titel van Secretaris in dien van Directeur veranderd 2).

De Directeur van het Kabinet bekleedde vroeger eene belangrijke, echter niet verantwoordelijke betrekking, welke voornamelijk haar gewicht ontleende aan de persoonlijkheid van hem, die haar vervulde. Schier dagelijks met den Koning arbeidende, moest hij, op's Konings verzoek, hem inlichten omtrent alle stukken, welke den Vorst ter onderteekening werden aangeboden. Reeds hieruit kan men afleiden, welk eene hooge mate van kennis iemand bezitten moest, die geroepen werd in alle takken van bestuur voor te lichten, en welk een grooten invloed zulk een ambtenaar bij den Koning kon uitoefenen. „Middelaar tusschen Koning en ministers, wanneer de koninklijke handteekening moet ontraden worden of het contraseign wordt geweigerd, orgaan der kroon, wanneer deze zich moet uiten

1) J. de Bosch Kemper, t. a. p. blz. 358.

2) Zie K. B. van 22 Dec. 1840. Bijv. t. h. Stbl. (ed. d'Engeibronnert III, blz. 647

Sluiten