Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het toch, dat de scheiding — als men namelijk werkelijk met een ministerie van de meerderheid te doen had — in den regel slechts van korten duur is, omdat zij die inderdaad als hoofden eener partij in aanmerking komen, meestal spoedig do gelegenheid vinden om als afgevaardigde in de Staten-Generaal terug te keeren.

In elk geval is dit argument vóór de vereeniging uiterst zwak, vergeleken bij de vele en gewichtige argumenten, welke tegen eene vereeniging pleiten. De voorstanders van de hier bestreden leer mogen aan de onafhankelijkheid van den afgevaardigde weinig hechten, zij zullen niet beweren dat deze hunne opvatting met die van de Grondwet overeenstemt en evenmin, dat het grootste gedeelte van het publiek hun oordeel onderschrijft. In een land als het onze, waar de politieke partijen dikwijls in ongeveer gelijke sterkte tegen elkander overstaan en waar niet zelden de gewichtigste besluiten met de meerderheid van enkele stemmen genomen worden, kan het niet wenschelijk zijn de beslissing in handen te geven van personen, die in de oogen van het publiek — en waarlijk niet ten onrechte — den stempel hunner afhankelijkheid op het voorhoofd dragen. Men denke zich na eene hartstochtelijke discussie — gelijk wij er in de latere jaren zoovele hebben bijgewoond — de vrijspraak van een ministerie alleen daardoor verkregen, dat de ministers als afgevaardigden zeiven aan de stemming deelnamen. Zoo iets dan zou een dergelijk schouwspel er toe bijdragen om aan ons regeeringsstelsel in de oogen van de groote menigte afbreuk te doen."

Dit laatste is ontegenzeggelijk het groote argument der tegenstanders, hetgeen overigens wordt te berde gebracht kan slechts onverschilligheid omtrent deze zaak motiveeren. Zou men echter niet met eenig recht tegen dit argument kunnen aanvoeren, vooreerst, dat men schijnt te vergeten, dat werd de plaats als afgevaardigde niet door den minister ingenomen, voor hem een ander lid zijner partij zitting zou hebben en in de tweede plaats, dat men het toch wel aan het politiek geweten van den minister versterkt door de controle der publieke opinie zal kunnen overlaten, of hij in een gegeven geval al of niet van zijn recht gebruik zal maken?

De leden kunnen ten allen tijde hun ontslag nemen. Het wordt door hen ingezonden aan de Kamer, die het ter kennis brengt van den Minister van Buitenlandsche Zaken, of, zoo de zitting der Kamer gesloten is, aan dien Minister (Kieswet artt. 124 en 143).

Sluiten