Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grondwet: „de leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen" ')• Daarmede is echter niet gezegd, dat overleg tuss( hen hen die candidaten voor of leden van de Vertegenwoordiging zijn en de kiezers moet zijn uitgesloten; want deze behooren \ ooi eene richtige keuze, ook bij periodieke aftreding, te weten, welke grondbeginselen dooi- den candidaat worden beleden. Omgekeerd

zou een lid, dat van die grondbeginselen afwijkt, zonder zijn mandaat neder te leggen, in eene onjuiste verhouding tot zijne kiezers komen.

De betrekking eindelijk van volksvertegenwoordiger is van te teederen aard, en te veel een bewijs van vertrouwen, dan dat zelfs de schijn op hem mag rusten, dat hij langs oneerlijke wegen invloed heeft uitgeoefend op zijne benoeming, of dat hij gedurende de waarneming zijner betrekking zich zal laten omkoopen. Ook tegenover de natie moet hij als een geheel onafhankelijk man kunnen staan. Daarom schrijft de Grondwet voor, dat ieder lid, behalve zijn eed van trouw aan haar, eene plechtige verklaring aflegge, die de zuiveringseed wordt genoemd. Sedert de Grondwetsherziening van 1887 zijn de leden vrij om naar keuze de eeden of de beloften en verklaring af te leggen 2).

1) Art. 86 eu art. 91 tweede zinsnede.

2) Art. 87. Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Grondwet.

„Zoo waarlijk lielpe mij God Almagtig!" („Dat beloof ik!")

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af:

„Ik zweer (verklaar), dat ik. om tot lid der Staten-Generaal te worden „benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of „voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb.

„Ik zweei (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te „ doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken „ aannemen zal, directelijk of indirectelijk.

„ Zoo waarlijk lielpe mij God Almagtig!" (Dat verklaar en beloof ik!")

Deze eeden (beloften en verklaring) worden afgelegd in handen van den Koning of in de vergadering der Tweede Kamer, in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemagtigd.

Art. 91, al. 2. Zij (de leden der Eerste Kamer) leggen bij het aanvaarden hunner betrekking gelijke eeden (beloften en verklaring) af, als voor de leden der Tweede Kamer zijn bepaald, hetzij in handen van den Koning, hetzij in de vergadering der Eerste Kamer in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemagtigd.

Sluiten