Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgaven ten laste van het XI,lu hoofdstuk der begrooting van het voorafgaande dienstjaar aangewezen.

Somwijlen wordt een post in de begrooting opgenomen, terwijl er geen cijfer voor wordt uitgetrokken. Het wordt alsdan door het woord „ memorie" vervangen. Zulk een post wordt door de Regeering voorgesteld, wanneer aan de noodzakelijkheid der uitgave door haar niet wordt getwijfeld, doch het bedrag der kosten alsnog niet kan worden vastgesteld, b. v. omdat dienaangaande een nader onderzoek of eene nadere beslissing van den wetgever wordt vereischt. Zulk een memoriepost wordt b. v. in hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor 1901 door art. 68 gevormd. Zij betreft onderstand te verleenen aan gemeenten die buiten staat zijn in alle of sommige kosten harer huishouding behoorlijk te voorzien.

Nu en dan worden memorieposten bij amendement op de begrooting gebracht. Uit een financieel oogpunt zijn zij natuurlijk zonder beteekenis. Terwijl, naar wij zagen, het bij den gewonen post vermelde cijfer een maximum vormt hetwelk de regeering niet verplicht is te besteden, ontbreekt het cijfer hier geheel. Niettemin zijn deze posten somtijds aan te bevelen als een middel om aan de regeering duidelijk te doen blijken, dat de meerderheid der Tweede Kamer voorziening in de bij dien post aangewezen behoefte noodig oordeelt. Eene Regeering, welke prijs stelt op eene goede verhouding tot de Kamer, zal in zulk een post allicht een prikkel vinden om bij de volgende begrooting aan den daarin uitgedrukten wensch gevolg te geven.

Eene afzonderlijke wet wijst de middelen aan, d. w. z. de inkomsten van den Staat, waaruit de Regeering de kosten der staatshuishouding kan bestrijden. De belastingen worden daarin alle met name opgenoemd. De maatstaf der belastingen en de formaliteiten van hare heffing worden bij bijzondere wetten vastgesteld '). Thans wordt slechts in enkele gevallen, met name voor de opcenten, de maatstaf in de wet op de middelen aangewezen.

Heeft de Vertegenwoordiging eene begrooting verworpen, dan dient de Regeering kredietwetten in, om den dienst niet te stremmen; de practijk brengt mede, dat deze slechts voor een halfjaar strekken.

Kan eene belasting, die niet in de wet op de middelen is vermeld, of door de Tweede Kamer daaruit wordt geschrapt, desniettemin worden ingevorderd? Deze vraag wordt in verschillenden

1) Art. 174, lale lid: Geene belastingen kunnen ten behoeve van 'sRijks kas worden geheven, dan uit krachte van eene wet.

Sluiten