Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. De inkomsten.

Zooals wy boven reeds opmerkten, moet de Staat voornamelijk in <le belastingen het middel vinden, om zijne uitgaven te bestrijden.

De Regeering is niet bevoegd, ze op eigen gezag uit te schrijven; zij heeft de medewerking der Volksvertegenwoordiging noodig, d. i. er moet eene wet voor zijn ')• Dit ligt in den aard der zaak. Elke belasting is een last, die aan de ingezetenen wordt opgelegd; de "Vertegenwoordiging moet dus toezien, vooreerst, dat geene belastingen geheven worden, welke niet volstrekt noodzakelijk zijn, en ten andere, dat die, welke opgebracht moeten worden, zooveel mogelijk rekening houden met het draagvermogen der ingezetenen. Ook behoort naar de minst kostbare wijze van invorderen te worden gestreefd.

Over de vraag, welke belastingen al dan niet aan de vereischten beantwoorden, is veel getwist. Vrij algemeen is men evenwel overtuigd, dat niet één enkele belasting (impót unique) geheven behoort te worden, doch dat gestreefd moet worden naar een samenstel van belastingen, dat zoo nabij mogelijk komt aan het ideaal: gelijkheid van druk2).

In het stuk van belastingen mogen geene privilegiën worden

1) Art. 174, lste lid: Geene belastingen kunnen ten behoeve van's Rijks kas worden gelieven, dan uit krachte van eene wet.

2) Mr. N. G. Pierson, Leerboek der Staathuishoudkunde. Tweede Deel

(1890), bk. 680 zegt hiervan: „een veel hooger ideaal dan dat der

algemeenheid van belastingen is het hare (van onze eeuw). Het is gelijkbeid van druk. En schoon die gelijkheid nooit zal, nooit kan verkregen worden, moet iedere ernstige poging om haar door goede wetgeving meer nabij te komen, met ingenomenheid worden begroet.

Maar goede wetgeving is niet genoeg: het belastingprobleem is grootendeels een ethisch probleem. Het bestaat ook hierin: hoe men het gemeenschapsgevoel zal opwekken en versterken; hoe men de overtuiging zal aankweeken, dat naar zijn krachten bij te dragen tot dekkino- der publieke uitgaven voor ieder een heilige plicht is. De fierheid moet algemeener worden, die het „iet verdraagt, in het nakomen van dien plicht te worden belemmerd. Ethisch in haar oorsprong en doel is de beweging, waarvan wij spraken: om te slagen, voor zoover slagen hier denkbaar is, moet zij bij de meerderheid des volks, bij de gegoede klassen inzonderheid, de beginselen doen zegevieren, waaruit zij ontsproot Geen regeling der belastingen, hoe vernuftig ook, zal aan betamelijke eisehen beantwoorden, als dit laatste onmogelijk blijkt."

Sluiten