Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De belasting naar den zesden grondslag is echter niet in genoemde wet geregeld. De voorschriften daaromtrent vindt men in een nadere wet van 14 Juli 1898 (Stbl. n°. 181) in werking getreden op 1 Januari 1899, waarbij enkele artikelen der wet van 189(5 gewijzigd zijn. Nog nadere wijziging heeft deze ondergaan bij de wet van 2 Juni 1900 (Stbl. n°. 77).

De aanslag, welke in elke gemeente wordt vastgesteld door den inspecteur der directe belastingen en het college van zetters voor de directe belastingen '), kan geschieden bij gebreke of met afwijking van eigen aangifte. Bezwaarschriften tegen den aanslag kunnen ingediend worden bij den directeur der directe belastingen, en in geval men ook tegen diens uitspraak bezwaar heeft, staat beroep open bij een raad van beroep daarvoor bijzonder ingesteld. Bij verschil van gevoelen in zake aan den directeur overeenkomstig de voorschriften der wet gevraagde ontheffing kan men bij de Kroon in beroep komen, die den Raad van State gehoord beslist.

De voor 1901 geraamde opbrengst der personeele belasting bedraagt f 8,750,000.

8. De vermoyembelastiny. Deze belasting is nieuw in het Nederlandsche belastingstelsel. Zij treft het inkomen uit het vermogen, doch neemt, zooals de naam aanduidt, het vermogen zelf als maatstaf van haar heffing 2).

De regeling is neergelegd, in do wet van 27 September 1892 (Stbl. n°. 223), welke den 1^» Mei 1898 in werking is getreden, gewijzigd bij de wet van 7 Dec. 1896 (Stbl. n°. 207). Door deze belasting worden vermogens van minder dan f 13000 niet getroffen, terwijl overigens van elk vermogen de eerste f 10,000 onbelast blijven. Uit deze bepaling vloeit vanzelf een progressie voort, daar hierdoor de voet van heffing naarmate men hooger komt, gestadig, doch in steeds zwakkere evenredigheid klimt 3). Door de verdere regeling der wet is deze progressie echter nog versterkt, zoodat groote vermogens naar verhouding zwaarder getroffen worden dan anders het geval zou zijn.

1) De instelling dezer colleges is geregeld bij de wet van 5 April 1870 (Stbl. n°. 63).

2) Over de voordeelen van dit systeem boven een belasting op de rente zie Mr. N. G. Pierson, Leerboek der Staathuishoudkunde Dl. II blz. 567v.

3) Zie Mr. Pierson t. a. p., blz. 524.

Sluiten