Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalen de zegelwetten zelve de boeten, welke geheven zullen worden bij niet nakoming harer bepalingen. Deze boeten worden dan ook niet ten overstaan van den strafrechter ingevorderd, doch door de daarvoor aangewezen ambtenaren, wanneer hun van de overtreding blijkt, opgelegd, terwijl de invordering plaats heeft bij dwangbevel.

Neemt men hiermede geen genoegen, dan bestaat de gelegenheid tot een schriftelijke procedure voor den burgerlijken rechter geheel op de wijze zooals dit geschiedt in geval van geschillen betreffende registratie.

2. Registratierecht. Voor verscheidene acten wordt gevorderd eene inschrijving in een register bij den ambtenaar, die daarmede belast is (de ontvanger van registratie), van welke inschrijving op de acte zelve melding wordt gemaakt. Dientengevolge krijgt de bewuste acte een vaste dagteekening, iets wat in rechten van het hoogste belang is. Hiervoor wordt een zeker recht, registratierecht, betaald.

Dit recht is van Franschen oorsprong en wordt hoofdzakelijk door de wet van 22 Frimaire an Vil (12 Dec. 1798) ') beheerscht. Na de afscheiding van Frankrijk werd het bestaande belastingstelsel, en daaronder het registratierecht, gehandhaafd krachtens besluit van den Souvereinen Vorst van 23 Dec. 1813 (Stbl. n°. 17). Bij de wet van 11 Febr. 1816 (Stbl. n°. 14) werd o. a. in art. 25 bepaald, dat met 1817, of wel gelijktijdig met de invoering deinieuwe wetgeving, de registratierechten en andere rechten door algemeene belastingen zouden worden vervangen 2). Dit heeft echter nooit plaats gehad. Nadat de Nederlandsche wetten van 31 Mei 1824 (Stbl. n°. 36 en 37) en 16 Juni 1832 (Stbl. n°. 29) eenige wijziging gebracht hadden in de bestaande wetgeving, is deze op nieuw gewijzigd door de wet van 11 Juli 1882 (Stbl. n°. 92), waarbij wordt bevolen, dat eene algemeene herziening moet worden ondernomen vóór 1 Januari 1896. Dit is echter niet geschied, wel is den 27 September 1892 (Stbl. nft. 224) eene wijzigingswet tot stand gekomen, waarbij verschillende rechten van registratie zijn verlaagd, terwijl bij de wet van 29 December 1893 (Stbl. n°. 245) de registratie op aanstellingen en akten van beëediging van ambte-

1) Loi sur 1'Enregistrement. Zie Fortuin I, blz. 484. Zie ook Loi relative a la perception des droits d'enregistrement dn 27 Ventóse an IX (18 Maart 1801), Fortuin II. blz. 153.

2) Fortuin I, blz. 483.

Sluiten