Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een daarmede verband houdend voorschrift in het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering, een der drie zoogenaamde Kinderwetten van den Minister Cort van der Linden '), waarvan de twee andere nog nader door ons besproken.

De hoofdstrekking van de hierbedoelde wet is beter dan bij de tot heden geldende wetgeving mogelijk was, te waken tegen verkeerde leiding en verwaarloozing der opvoeding van minderjarigen. Om daartoe te geraken was herziening noodig van de bepalingen omtrent de vaderlijke macht en de voogdij. Bij deze herziening is het groote onderscheid in de bevoegdheid van man en vrouw, waar zij zich deed gevoelen in hunne verhouding tegenover de kinderen, voor een belangrijk deel opgeheven. In verband hiermede zal in het vervolg niet meer gesproken worden van de vaderlijke, maar van de ouderlijke macht. Om de kinderen tegen verwaarloozing en machtsmisbruik van de zijde der ouders te beschermen, is aan een tot nu toe alleen in het strafrecht bekende maatregel: ontzetting uit de ouderlijke macht of de voogdij, groote uitbreiding gegeven en daarnaast de gelegenheid tot ontheffing opengesteld. Ook afgezien van het plegen van eenig misdrijf zal de burgerlijke rechter thans in ernstige gevallen wegens bepaalde feiten de ontzetting kunnen uitspreken. Ontheffing kan worden verleend wegens ongeschiktheid en onmacht van hem (haar), die de ouderlijke macht uitoefent, (of van den vader- of moedervoogd) om zijnen (haren) plicht te vervullen in het verzorgen of opvoeden der kinderen. Op eigen verzoek kan de ontheffing niet geschieden en evenmin kan zij worden uitgesproken wanneer de persoon in quaestie zich er tegen verzet. Zoowel ontzetting als ontheffing kan plaats hebben ten aanzien van alle of van een of meer kinderen. Door de opneming van een nieuwe instelling — den voogdijraad — heeft de wetgever beoogd een orgaan in het leven te roepen, „ hetwelk bestemd is om in de eerste plaats den rechter bij de belangrijke beslissingen die hij in het belang der verwaarloosde en verlaten kinderen heeft te nemen voor te lichten, in de tweede plaats handelend op te treden ter inroeping van 's rechters beslissing tot ontzetting uit het ouderlijk

1) Een vierde ontwerp, tot wijziging en aanvulling van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, betreffende de erkenning en wettiging van natuurlijke kinderen, is niet tegelijk met de andere in de Tweede Kamer in openbare beraadslaging gekomen en bij den aanvang van het nieuwe zittingsjaar door het inmiddels opgetreden Ministerie-Kuvper ingetrokken.

Sluiten