Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1S51 (Stbl. n°. 166). waarvan de considerans luidt: „Overwegende dat het belang van den Staat vordert, dat het beheer en beleid der algemeene of rijkspolitie op nieuwe grondslagen worden gevestigd, en dat de dienst van dezen tak van bestuur over alle deelen des Rijks op eenen eenparigen voet worde geregeld, en in overeenstemming gebracht met de beginselen voor de gemeentepolitie vastgesteld bij de (gemeente)wet van 29 Juni 1851 (Stbl. n°. 85)", van welke wet voorts de artt. 184 en volgende worden aangehaald.

In overeenstemming hiermede wordt in de bij genoemd besluit behoorende instructie aan de directeuren van politie het karakter der algemeene politie uiteengezet en ten slotte samengevat in de woorden: „ Aannemende dan den grondslag van het aangehaalde wetsartikel (art. 190 al. 2 Gemeentewet), zoo is, in materie van politie, al wat een huishoudelijk belang geldt, gemeentelijk en al wat het algemeen belang betreft, rijkspolitie", en voorts gezegd „ dat alle onderwerpen, die volgens de wetenschappelijke onderscheiding der

politie, behooren tot de zoogenaamde praeventieve justitie

daarstellen wat hier moet verstaan worden onder de benaming van rijkspolitie" ').

Art. 5, al. 2 en 3, van het besluit van 1851 geeft in de omschrijving van den werkkring der directeuren van politie, tevens eene opsomming van hetgeen de taak uitmaakt van de rijkspolitie:

-Zij waken voor de handhaving van de wetten, reglementen van algemeen bestuur en van Onze besluiten, voor de rust en veiligheid van den Staat, voor de bescherming van personen en goederen. Zij zorgen inzonderheid dat de voorschriften der wet van IS Augustus 1849 (Stbl. n°. 39), regelende de toelating en uitzetting van vreemdelingen, in de gemeenten van hun district behoorlijk en op gelijken voet worden nageleefd.

In het nasporen van misdrijven, die zij niet hebben kunnen voorkomen, zijn zij der justitie behulpzaam, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, en de bijzondere instructien van Onzen Minister van Justitie".

Het personeel der gemeentepolitie bestaat, zooals ons uit het eerste lid van art. 190 der gemeentewet is gebleken, uit commissarissen en dienaren van politie of veldwachters onder de bevelen van den burgemeester. Art. 191 bepaalt daaromtrent nog,

1) Rapport bladz. 19.

Sluiten