Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, een officier van lageren rang. De militie-commissaris heeft daarin zitting met raadgevende stem, terwijl aan den raad een secretaris wordt toegevoegd. De leden worden jaarlijks door den Koning benoemd, die het lid uit de Provinciale Staten tot voorzitter aanstelt. De militiecommissaris heeft den rang van luitenant-kolonel, tenzij hij een hoogeren rang als gepensionneerd officier mocht hebben, en wordt door den Koning benoemd. Het is de militieraad, die op het requisitoir van den militie-commissaris den loteling tot den dienst aanwijst, of uitspraak doet over de reden van vrijstelling. Hij wordt bij het onderzoek naar de lichaamsgebreken der lotelingen bijgestaan door twee geneesheeren, waarvan de een officier van gezondheid, de ander burgerlijk geneesheer moet zijn. Van verschillende zijner uitspraken is beroep op Gedeputeerde Staten.

De militie-commissaris is voorts belast met het toezicht over de lotelingen, die, na het voleindigen der eerste oefeningen in den wapenhandel, met onbepaald verlof naar huis worden gezonden. De bevoegdheid en de werkzaamheden van den militie-commissaris worden overigens bij Koninklijk besluit geregeld, ook voor den geregelden loop der werkzaamheden van den militieraad worden op die wijze de noodige voorschriften gegeven.

Wat de officieren van zee- en landmacht betreft, boven hebben wij reeds gezien, dat ofschoon de Koning hen benoemt, eene wet de regelen voorschrijft voor bevordering, ontslag en pensioneering. Ook de bepaling der Grondwet, dat de pensioenen door de wet worden geregeld en de wet, die daaraan heeft voldaan, hebben wij vermeld. Aan het eerstgenoemde voorschrift is uitvoering gegeven door de wet van 28 Aug. 1851 (Stbl. n°. 126) voor de zeemacht en door de wet van 28 Aug. 1851 (Stbl. n°. 128) voor de landmacht, beide wetten zijn gewijzigd, het laatst resp. 18 April 1885 (Stbl. n°. 91) en 1 Juli 1898 (Stbl. n°. 156) ')•

Wanneer na de inwerkingtreding van de gewijzigde wet op de Nationale Militie de getalsterkte der beschikbare strijdkrachten zal zijn verhoogd, zal waarschijnlijk in verband daarmede ook de legerorganisatie worden gewijzigd, hetzij dat bij de wet een nieuwe

1) Gelijk wij terzelfde plaatse, bladz. 132, vermeldden, zijn vier ontwerpen van wet tot wijziging der bepalingen betreffende de hier bedoelde onderwerpen bij de Staten-Generaal aanhangig; Gedr. St. 1901/1902 . 43.

Sluiten