Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar deze onderscheiding worden de leden der schutterij tegen den vijand gewapend, doch in de eerste plaats komen daarvoor in aanmerking, zij die zich daarvoor vrijwillig aanbieden. Daarna worden opgeroepen de ongehuwde, en bij dringend gevaar, de verdere leden van den eersten ban; vervolgens de tweede ban. terwijl, eindelijk, de overige leden der schutterijen en bij het dringendst gevaar alle overige ingezetenen, geschikt om de wapenen te dragen, den derden of laatsten ban van den landstorm uitmaken.

De schutterij heeft niet aan de verwachtingen, welke men er van koesterde, beantwoord. Om dit te kunnen zou in d,e eerste plaats een andere wijze van oefening, waarbij de schutterijen van verschillende gemeenten werden samengevoegd, noodig zijn geweest. De kosten, het tijdverlies, de winstderving, welke daarvan het noodzakelijk gevolg zouden zijn, hebben daarvan afgeschrikt. In de Memorie van Toelichting tot het bovenvermelde ontwerp van wet tot regeling van de samenstelling der landmacht schrijft de Regeering dan ook: „Met alle waardeering voor den ijver en de moeite, welke de leden der bestaande schutterijen zich getroosten, om zich voor hunne taak te bekwamen, moet toch worden erkend, dat de verkregen resultaten ten opzichte van de verhooging van 's lands weerbaarheid niet in verhouding staan tot de offers, welke gemeenten en ingezetenen voor het instandhouden dier wapenmacht brengen, en dat zeer zeker een taak als de zoo even in het kort voor eene legerreserve geschetste, door haar niet zal kunnen worden vervuld."

De diensten, welke door de legerreserve naar meening der Regeering moeten worden vervuld, bestaan in:

„1°. als bewakingstroepen in de verschillende verdedigingsstellingen op te treden;

2°. de bezettingstroepen te versterken; en

3°. in het verder verloop van den oorlog eventueel het veldleger bij het volbrengen van zijn taak te steunen."

Voor deze diensten zal in de toekomst de landweer bestemd zijn. Ingeval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden, zullen de landweerkorpsen dan ook, indien vereischt, in vereeniging met de korpen van het leger optreden.

Alvorens echter de samenstelling der landweer te bespreken, zooals die door de wet van 24 Juni 1901 (Stbl. n°. 160) geregeld wordt, willen wij met een enkel woord melding maken van reeds eerder tot stand gekomen bepalingen omtrent reservepersoneel bij

Sluiten