Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al hunne rechten", moet worden verzekerd en bewezen ')• Om aan die eischen te kunnen voldoen, vordert de wet het bestaan in elke gemeente van vijf registers: een register van geboorten, een register van huwelijksaangiften, een van huwelijksafkondigingen, een van huwelijken en echtscheidingen en een register van overlijden. Met uitzondering van die van huwelijksaangiften en van huwelijksafkondigingen wordt van elk dezer een dubbel gehouden. Aan het einde van het jaar worden de registers afgesloten, waarna een der dubbelen wordt overgebracht in de archieven der gemeente, het andere, met de in één exemplaar gehouden registers ter griffie van de arrondissementsrechtbank. De wet geeft zooveel mogelijk waarborgen voor eene juiste boeking en tegen vervalsching daarvan.

De derde Titel van het Eerste Boek van het Burgerlijk Wetboek houdt zich met deze stof bezig. De eerste afdeeling hiervan behandelt in de artikelen 13—28 de registers van den burgerlijken stand in het algemeen, de vier volgende afdeelingen achtereenvolgens de akten van geboorten (artt. 29—38), de huwelijks-aangiften en afkondigingen (artt. 39—43), de akten van huwelijk en van echtscheiding (artt. 44—49) en de akten van overlijden (artt. 50—62). De zesde afdeeling (artt. 63—69) geeft voorschriften betrekkelijk naams- en voornaamsveranderingen, de zevende (artt. 70—73) is gewijd aan de verbetering en aanvulling der akten van den burgerlijken stand.

Wij zullen hier die verschillende bepalingen niet bespreken, doch bepalen ons tot enkele mededeelingen betreffende het administratief gedeelte.

Het houden van de registers is in elke gemeente opgedragen aan een of meer ambtenaren van den burgerlijken stand. Deze worden daartoe door den gemeenteraad benoemd 2). Overigens

1) Mr. A. de Pinto, Handleiding tot het Burgerlijk Wetboek, Tweede Gedeelte, § 6.

2) In overeenstemming met art. 13 B. W., zooals dit vroeger luidde, bepaalt art. 149 der Gemeentewet, dat de Raad uit zijn midden een of meer personen ter waarneming der betrekking van ambtenaar van den burgerlijken stand benoemt en dat de Burgemeester, ook zonder lid van den Raad te zijn daartoe benoembaar is. Reeds lang is aangedrongen op opheffing dezer beperkende bepaling, die in het tegenwoordige art. 13 B. W. niet meer is te vinden. Hoogst waarschijnlijk zal aan dezen wensch weldra door wijziging der Gemeentewet worden tegemoet gekomen.

Sluiten