Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaat er, met uitzondering van de hieronder te vermelden verplichting tot verantwoording der door hen te ontvangen leges tusschen deze ambtenaren en het gemeentebestuur geen betrekking, hun bediening is geen gemeentelijke; de ambtenaar van den burgerlijken stand is een geheel onafhankelijk ambtenaar aan niemand gehoorzaamheid schuldig dan aan de wet.

De waarborgen aan het publiek tegenover den ambtenaar voor het nakomen zijner verplichtingen gegeven zijn gelegen in zijne burgerrechtelijke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid. „ De ambtenaren van den burgerlijken stand, of andere bewaarders, zijn ieder voor zooveel hem aangaat, aansprakelijk voor het richtig houden en bewaren der registers.

Elke verandering, elke vervalsching in de akten, elke inschrijving op een los blad, mitsgaders alle overtreding, tegen de voorschriften van dezen titel begaan, kunnen aan de partijen grond opleveren om tegen die ambtenaren of bewaarders schadevergoeding te eischen"; aldus de eerste twee leden van art. 27 B. W.

Wat hunne strafrechtelijke verantwoordelijkheid betreft, bevat het Wetboek van Strafrecht enkele speciale bepalingen met betrekking tot het niet nakomen van bepaalde wettelijke voorschriften of het schenden van bijzondere ambtsplichten '), doch kunnen voorts eventueel de algemeene strafbepalingen wegens ambtsmisdrijven worden toegepast 2).

De berechting der overtredingen geschiedt door den burgerlijken rechter.

Afgezien van enkele gevallen, waarin den ambtenaar door de wet zelve de bevoegdheid gegeven is een onderzoek in te stellen 3) is zijn rol geheel lijdelijk. Hij heeft slechts te constateeren hetgeen door de voor hem verschijnende personen verklaard wordt, daarbij zorgdragende dat de door hem opgemaakte akte voldoet aan de eischen der wet en alle noodige formaliteiten worden in acht genomen. Buiten hetgeen door bedoelde personen, overeenkomstig de wet, moet worden verklaard, mag hij in de akte niets, hetzij bij aanteekening, hetzij door eenige inlasschingen hoe ook genaamd, invoegen (art. 17 B. W.).

Wij vermelden hier voorts nog het Koninklijk besluit van 15 Mei

1) Zie W. v. S. artt. 379 , 465 , 466, 467, 468 sub 1°.

2) Zie b.v. W. v. S. art. 361.

3) Zie b.v. artt. 29 , 52 en 54 B. W.

Sluiten