Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1863 (Stbl. n°. 00), waarbij den ambtenaren van den burgerlijken stand wordt opgedragen jaarlijks, nadat de registers van geboorten, van huwelijken en echtscheidingen en van overlijden ingevolge art. 22 van het Burgerlijk Wetboek zijn afgesloten vier afzonderlijke alphabetische tafels op te maken van de in die registers gedurende het afgeloopen jaar ingeschreven akten. Deze tafels worden binnen twee maanden na het afsluiten der registers opgemaakt en gehecht aan het dubbel, dat in de archieven der gemeente wordt overgebracht. Uit die jaarlijksche tafels worden telkens na tien jaren vier tienjaarlijksche tafels opgemaakt, afzonderlijk aanduidende de akten van geboorte, huwelijk, echtscheiding en overlijden, welke in de registers van de laatste tien jaren zijn ingeschreven.

Van die verschillende tafels worden door den griffier van de arrondissements-rechtbank afschriften gemaakt die ter griffie blijven berusten. De jaarlijksche worden aan de aldaar aanwezige dubbelen der registers gehecht.

De registers van den burgerlijken stand zijn openbaar, in dien zin, dat een ieder bevoegd is om zich door de bewaarders dier registers uittreksels te doen afgeven. Deze uittreksels hebben wanneer zij met de registers overeenstemmen kracht van schriftelijk bewijs. Om daartoe te kunnen dienen moeten zij door den voorzitter van de arrondissementsrechtbank of den rechter die hem vervangt worden gelegaliseerd (Art. 24 B. W.).

Bij de wet van 23 April 1879 (Stbl. n°. 72) is de heffing van rechten wegens de verrichtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand geregeld. Onverminderd de bepalingen der wetten omtrent de rechten van zegel en registratie, mogen ingevolge deze wet geen gelden worden geheven ter zake van het opmaken van akten of andere verrichtingen, behalve in de gevallen en op de wijze bij deze wet voorzien. De rechten krachtens deze wet geheven komen ten bate van de gemeentekas. De wijze, waarop de verantwoording plaats heeft, is vastgesteld bij Koninklijk besluit van 26 September 1879 (Stbl. n°. 155).

In de gemeenten boven de tienduizend zielen is er minstens tweemaal, in de kleinere minstens eenmaal per week kosteloos gelegenheid tot huwelijksvoltrekking. Het lokaal, in het huis der gemeente daartoe bestemd, wordt door de gemeente verstrekt. De dagen en uren worden door den ambtenaar van den burgerlijken, stand bepaald. Voor huwelijksvoltrekking op anderen tijd of andere

Sluiten