Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondheidscommissiön voor hun ambtsgebied, de bevoegdheid gegeven tot het binnentreden van gebouwen en woningen om zich zooveel mogelijk bekend te maken met den toestand en de inrichting daarvan. Als gebouwen die onder dit toezicht vallen noemt de wet alle openbare gebouwen, alle scholen en andere tot het geven van onderwys bestemde lokalen, kinderbewaarplaatsen, gestichten van liefdadigheid, weeshuizen, herbergen, logementen, slaapsteden, fabrieken, werkplaatsen, magazijnen, winkels, gevangenissen, ziekeninrichtingen en badhuizen. Het bezoeken van woningen is alleen geoorloofd, voorzoover dit noodig is voor de handhaving van de wetten en verordeningen betreffende de volkshuisvesting, waarover hier beneden nader.

Behalve dit recht is aan de genoemde personen alsmede aan de secretarissen van de gezondheidscommissiën de bevoegdheid verleend van overtreding der wetten en algemeene, provinciale of gemeentelijke verordeningen wier handhaving tot de taak van het Staatstoezicht behoort (zie bladz. 380), proces-verbaal op te maken.

Voorzoover daarin niet door de gezondheidswet of andere wetten is voorzien, is overigens de regeling der werkzaamheden van de verschillende colleges en ambtenaren aan een algemeenen maatregel van bestuur overgelaten. Deze is tot stand gekomen bij K. B. van 27 Mei 1902 (Stbl. n°. 77).

Als wet, wier handhaving tot de taak van het gezondheidstoezicht behoort, noemen wij in de eerste plaats de woningwet, d. i. de wet van 22 Juni 1901 (Stbl. n°. 158), houdende wettelijke bepalingen betreffende de volkshuisvesting. Wij bespreken deze wet hier, ofschoon zij zonder twijfel ook beschouwd kan worden tot de zoogenaamde sociale wetgeving te behooren, omdat zij toch volgens de Regeering „hoofdzakelijk behartiging der volksgezondheid bedoelt", en behandelen haar thans het eerst, omdat juist bij de samenstelling van het ontwerp dezer wet is uitgekomen, hoezeer reorganisatie van het geneeskundig Staatstoezicht noodig was. Het schiep voor die reorganisatie, waarvan gelijk wij boven zagen overigens toch reeds de behoefte was gebleken, een krachtige aanleiding.

Een reorganisatie van het Staatstoezicht, die uitbreiding van zijn werkkring mogelijk maakte, scheen de voorkeur te verdienen boven het in het leven roepen van een nieuwen tak van dienst voor het toezicht op de handhaving der hier bedoelde wettelijke bepalingen.

Omtrent de wenschelijkheid van verbetering der woningtoestanden

Sluiten