Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van lagere orde kunnen onder Koninklijke goedkeuring Provinciale Staten zelve besluiten. Artikel 2 geeft daarvoor de noodige regelen.

Wat onder waterstaatswerken verstaan wordt, wordt in de wet niet nader aangeduid uit vrees voor onvolledigheid ').

Gemis aan regeling door de bevoegde macht met het oog waarop § 2 voorschriften geeft, kan zich zoowel voordoen, wanneer de bevoegde macht in gebreke blijft, als wanneer er geen samenwerking is tusschen twee of meer provinciën die gemeenschappelijke waterstaatsbelangen hebben. Voor het eerste geval wordt door art. 3 wettelijke voorziening geëischt, terwijl in het tweede, in gevolge art. 4, de Kroon, na den Raad van State gehoord te hebben, tot regeling kan overgaan.

§ 3 en § 4 bevatten elk slechts één artikel:

Art. 5 betreft de inrichting van den Rijkswaterstaatdienst. De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid is het hoofd, onder wien ambtenaren door of van wege de Kroon benoemd, werkzaam zjjn. De geheele inrichting van den dienst wordt evenwel aan een algemeenen bestuursmaatregel overgelaten 2).

1) Volgens de Regeeringsnota naar aanleiding van het eindverslag omtrent het eerst ingediend ontwerp van wet zijn o. m. als waterstaatswerken aan te merken: de stranden der zee, zeegaten, zeeboezems en wadden, de havens en reeden, de stroomen en rivieren met de eilanden en platen, welke in die wateren opkomen, de meren. poelen, plassen en moerassen, de aanwassen, gorsingen en schorren aan de stranden der zee en aan de

oevers van stroomen en rivieren, de duinen en andere zeeweringen, dijk-, sluis- en oeverwerken, liooge gronden en andere voorwerpen of werken dienende tot keering van het zee- of rivierwater, de binnenboezems, kanalen, vaarten, beken, grachten, afvoerslooten en andere watergangen, de stoomgemalen, watermolens, sluizen, dijken, kaden, duikers, pompen, stuwen en andere voorwerpen of werken dienende tot regeling van den loop van of tot bescherming tegen het binnenwater, de tonnen, bakens en andere werken voor de veiligheid van de scheepvaart op de binnenwateren , de kribben, beschoeiingen en andere oeverwerken, de peilschalen en andere teekenen of merken ter aanduiding van waterhoogten of ten behoeve van rivier-, stroom- of strandmetingen, de peilmerksteenen, houten en andere verkenmerken van de hoogte van den bodem met betrekking tot een bepaald peil, de verveningen, ontgrondingen, indijkingen, droogmakingen, mijnwerken en steengroeven, de spoorwegen en andere wegen, straten, pleinen, voet-, jaag- en lijnpaden, de bruggen, veren en aanlegplaatsen voor schepen en andere vaartuigen.

2) De organisatie berust thans nog op het Koninklijk besluit van 8

1 i

Sluiten