Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boter, en wat als zoodanig wordt aangeboden, zoo streng mogelijk te cóntroleeren. Met het oog daarop is het leveren, het in eene voor het publiek toegankelijke verkoopplaats voorhanden hebben of het vervoeren van margarine — waaronder verstaan wordt elke op boter gelijkende waar. welke dienen kan om haar te vervangen en welke vetbestanddeelen bevat, niet van melk afkomstig — verboden, indien niet op de verpakking, of zoo deze niet verpakt is op de waar zelf, het woord „margarine" in duidelijke letters overeenkomstig de daarvoor gegeven voorschriften is aangebracht. Bij uitstallingen van margarine op eene markt of dergelijke voor het publiek toegankelijke verkoopplaats moet een bord met gelijk opschrift zijn geplaatst; ook aan winkels, waar margarine verkocht wordt, moet overeenkomstig de daarvoor gestelde regels een zelfde opschrift zijn aangebracht. Voor de uitoefening der noodige controle zijn bijzondere ambtenaren, boterinspecteurs en -visiteurs, aangesteld.

De Staatszorg met betrekking tot de veeteelt uit zich inzonderheid in het streven om besmettelijke ziekten te voorkomen en te bedwingen. Bovendien zijn ook maatregelen genomen om op het gebied der veeartsenijkunst het onbevoegd uitoefenen van de practijk te beletten (Wet van 8 Juli 1874, Stbl. n°. 98 '), tot regeling van de uitoefening der veeartsenijkunst.) Uitoefening der veeartsenijkunst is alleen geoorloofd aan hen, die na afgelegd examen hier te lande, eene akte van bevoegdheid hebben verkregen. Voor opleiding van veeartsen heeft de Staat gezorgd door de instelling eener Rijksveeartsenijschool (Wet van 8 Juli 1874, Stbl. n°. 99, tot regeling van het onderwijs in de veeartsenijkunde en van de voorwaarden tot verkrijging van het diploma van veearts.)

Het veeartsenijkundig Staatstoezicht is onder den Minister (thans van Waterstaat, Handel en Nijverheid) opgedragen aan districtsveeartsen. Dit toezicht omvat:

a. het onderzoek naar den algemeenen gezondheidstoestand van den veestapel en, waar noodig, de aanwijzing en bevordering van middelen ter verbetering;

b. de handhaving van de wetten en verordeningen in het belang van den algemeenen gezondheidstoestand van den veestapel vastgesteld 2).

1) Gewijzigd, bij de wetten van 4 April 1875, S. 37 en (Inv. S. R.) 15 April 188t>, S. 64.

2) Voor het veeartsenijkundig toezicht op de paarden van het leger is

Sluiten