Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor herstel of reiniging van een stoomketel in een fabriek kan voor een bepaalden Zondag door den burgemeester afwijking van het verbod voor een manlijken jeugdigen persoon worden toegestaan.

Ten behoeve van de controle op de naleving der wet bevat deze een tweetal bepalingen. Zij schrijft het gebruik voor van arbeidskaarten en arbeidslijsten. De ondernemer, die in zijn fabriek of werkplaats arbeid doet verrichten door een jeugdigen persoon beneden zestien jaren, moet in het bezit zijn van een door of van wege den burgemeester afgegeven kaart, houdende opgave van naam, voornamen, dag en plaats van geboorte van dien persoon, van naam en woonplaats van het hoofd des gezins waarbij, of van het gesticht waarin, die persoon inwoont en van den ondernemer zelf. Bovendien moet hij zorgen, dat in de fabriek of werkplaats, op een plaats waar arbeid wordt verricht, op zichtbare wijze een door hem onderteekende en door of van wege den burgemeester gewaarmerkte lijst is opgehangen, waarop de namen en voornamen der bij hem in dienst zijnde jeugdige personen en vrouwen zijn vermeld, met bijvoeging voor elk hunner van den aanvang en het einde van den werktijd, de werkuren en het etmaal bestemd tot wekelijkschen rustdag.

Op arbeid verricht in of voor een bedrijf, in eigen woning met geen andere hulp dan echtgenoot, bloed- of aanverwanten tot den vierden graad ingesloten en pupillen uitgeoefend, zijn deze voorschriften niet toepasselijk, terwijl de meeste bepalingen der wet ook niet op arbeid in of voor het schippers- of visschersbedrijf aan boord verricht van toepassing zijn.

Voor de uitoefening van het toezicht op de uitvoering der wet, wier handhaving overigens aan justitie en politie is opgedragen, is een afzonderlijke instelling in het leven geroepen, de arbeidsinspectie. Oorspronkelijk schreef de wet de benoeming van 3 inspecteurs voor. Al heel spoedig bleek dit getal evenwel te gering. Ook in verband met de invoering der Veiligheidswet, waarover later, is men tot uitbreiding moeten overgaan. Het aantal wordt thans niet meer in de wet genoemd, zij bepaalt zich tot het voorschrift, dat het toezicht op de uitvoering onder de bevelen van den Minister ') wordt opgedragen aan door de Kroon te benoemen inspecteurs en

1) Thans ressorteert de uitvoering onder het Ministerie van Binnenlandsche Zaken.

Sluiten