Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen worden, die in strijd zijn met de rijkswetten, waarom hij de bevoegdheid heeft de uitvoering daarvan te weigeren. Hiervan moeten echter de Provinciale of Gedeputeerde Staten onmiddellijk, althans binnen vier en twintig uren, kennis bekomen '), terwijl het tevens in den aard der zaak ligt, dat hij ook aan de Hooge Regeering bericht moet geven van het gebruik, dat hij van deze bevoegdheid heeft kennis gemaakt. Eerst dan, wanneer binnen dertig dagen na de bovengenoemde kennisgeving aan de Staten, geene schorsing of vernietiging van het besluit, waarop hij de hoogere beslissing heeft ingeroepen, gevolgd is (tenzij deze termijn door den Koning verlengd wordt) kan hij de tenuitvoerlegging niet verder weigeren 2).

Uit deze bepalingen blijkt reeds, dat de uitvoering waarmede de Commissaris des Konings is belast van geheel anderen aard moet zijn dan de zoo even genoemde uitvoering bij de artt. 151 en 152 aan Gedeputeerde Staten opgedragen en waarop wij nog nader terugkomen. Uitvoering omvat echter tweeërlei hoofdverrichting: het geven van bevelen ter uitvoering, dus de daad van voorbereiding en het onmiddellijk uitvoeren of doen uitvoeren. Dit laatste is de taak van den Commissaris 3). In dien zin is hij ook belast met de uitvoering van de besluiten en beslissingen van Gedeputeerde Staten.

Bij zijne instructie hebben wij evenzeer te onderscheiden, wat den Commissaris als rijks-ambtenaar, als wel als het hoofd der provincie te doen staat. In zijne laatstgenoemde hoedanigheid oefent hij niet alleen toezicht uit over de provinciale belangen, maar ook over die deiverschillende gemeenten in zijn gewest, terwijl hij bovendien den Minister adviseert omtrent alle zaken, die met de belangen van zijn gewest in betrekking staan. Als rijks-ambtenaar dient hij ook den anderen departementen van algemeen bestuur van raad en bericht; houdt hij toezicht op de in de provincie aanwezige rijks-ambtenaren en op de richtige uitoefening hunner betrekking; brengt hij alle verkeerde handelingen ter kennis van het departement, onder welks ressort de ambtenaar behoort; draagt hij personen voor ter vervulling van vacante burgemeesters- of andere gemeentelijke betrekkingen, die door den Koning worden benoemd, zorgt hij voor de

1) Art. 32, 2<le en 3dc lid Prov. wet.

2) Ibidem.

3) Zie ook Mr. J. H. G. Boissevaix. De Provinciale wet opgehelderd door eene aanteekening blz. 94.

36

Sluiten