Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan het hoofd van den Gemeenteraad staat de Burgemeester, die door den Koning voor den tijd van zes jaren wordt benoemd 1). „De keuze van den voorzitter van den gemeenteraad," zeide de Regeering, „is aan den Koning opgedragen, omdat de zuiverheid en volledigheid van het stelsel vorderen, dat aan het hoofd van dit college, mede uitmakende een schakel van de keten der uitvoerende macht, een Commissaris des Konings zij geplaatst" 2). Alvorens zijne betrekking te aanvaarden legt de Burgemeester een eed af en wel in handen van het hoofd der provincie, als belast met de behartiging van de gemeentebelangen geniet hij evenwel zijne bezolding uit de gemeentekas 3) 4). Uit de redactie van het 5de lid van art. 143 der Grondwet (Gw. 1848, art. 139 lid 2), is

1) Art. 143, 5e lid. De Voorzitter wordt door den Koning, ook buiten de leden van den raad, benoemd en door Hem ontslagen.

Zie ook art. 59 Gem. wet. Het ontwerp der Commissie van 17 Maart 1848 liet het aan de Gemeentewet over, om te bepalen, of de voorzitter al dan niet door den Koning zou worden benoemd.

2) Memorie van Toelichting.

3) Artt. 65 en 205 Gem. wet. De zuiveringseed moet ten gevolge van de verwijzing naar art. 83 der Gw. van 1848 nog worden afgelegd op de wijze der godsdienstige gezindheid.

4) Over de vraag, of de burgemeester Rijks- of gemeenteambtenaar is, wordt veel gestreden. Mr. J. T. Buus (De Grondwet II, blz. 167) noemt den burgemeester „een gemeente-ambtenaar, tevens dienstbaar aan de behartiging van de rijksbelangen ter plaatse waar hij gevestigd is"; Mr. Oppenheim t. a. p. Dl. I blz. 40 v. spreekt van een „bestuursorgaan", uitvoerende gemeenteoverheid, tevens werktuig van het staatsgezag, niet omgekeerd: staatsambtenaar, uitvoerende gemeenteoverheid. Bij beide omschrijvingen wordt evenwel den nadruk op het karakter van het ambt gelegd. Zonder eenigen twijfel is dit ook de hoofdzaak, doch dan moet men zich daarvan ten volle bewust zijn. Men kan het burgemeestersambt een gemeenteambt noemen, doch daarom is de burgemeester nog geen gemeenteambtenaar — men kan toch een ambt bekleeden zonder ambtenaar te zijn en omgekeerd ambtenaar zonder een ambt te bekleeden. Of de bekleeder van een ambt hetzij als Rijks-, hetzij als gemeenteambtenaar is te beschouwen, hangt af van het antwoord op de vraag naar de gemeenschap tot welke hij in dienstbetrekking staat.

Wil nu Mr. Oppenheim de stelling van den burgemeester aanduiden als die van bestuursorgaan, geheel op dezelfde wijze waarop de raad, waarop het college van burgemeester en wethouders dit zijn (t. a. p. blz. 40), of zooals hij elders (Dl. II blz. 13) zegt hem met den Commissaris des Konings vergelijkende: „Deze (de Commissaris des Konings) bekleedt een ambt en

38

Sluiten