Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegelijkertijd verbindt het de Nederlandsche bezittingen nauwer en inniger aan haren Moederstaat en verzekert haar diens bescherming en liefde. Ook waar die verordening wenscht, dat de onderlinge betrekking tusschen Nederland en zijne koloniën, en het doel waartoe deze begeerd en bewaakt worden, niet worden voorbij gezien, onthoudt zij den laatsten de middelen niet, om hare zedelijke en stoffelijke welvaart te bevorderen." ').

En welke moet nu de verhouding zijn van Nederland tegenover Nederlandsch Indië? De Oost-Indische Compagnie had door recht van verovering en door tractaten een soort van bezitrecht verkregen, dat naar hare opvatting haar de bevoegdheid gaf, om zooveel winst er uit te halen als mogelijk was. Zich om niets anders bekommerende dan om de handelsbelangen, was haar het lot deibevolking ten eenenmale onverschillig. Het Engelsche tusschenbestuur beschouwde die bezittingen uit een ander oogpunt, en trachtte het voortbrengend vermogen der bevolking te versterken 2); aan het contigenten-stelsel der Oost-Indische Compagnie werd een einde gemaakt en een matig belastingstelsel ingevoerd. Het daarop volgend Nederlandsch bestuur sloeg aanvankelijk denzelfden weg in, doch keerde te kwader ure daarvan terug. Te vergeefs waarschuwden verlichte staatslieden, zoo hier te lande als ginds, voor die verkeerde staatkunde. De bittere geldnood van het vaderland in de jaren 1830 en volgende leidde tot een stelsel van exploitatie. Wij zullen later daarop terug komen. Hier teekenen wij slechts aan, dat van dat oogenblik Indie nu eens als eene groote pachthoeve, dan weder als een domein werd beschouwd, waarvan men zooveel voordeel trekken moest als mogelijk was. En wederom bekreunde men zich niet om het lot der bevolking. Doch eene betere toekomst daagde, toen in 's lands Vertegenwoordiging mannen optraden, die met kracht eene meer milde staatkunde ten opzichte van Indië verkondigen. Meer en meer wint sinds dien tijd de zienswijze veld, dat men vooral op de middellijke voordeelen het oog moet houden, die de overzeesche bezittingen aan het

1) Woorden van den heer Mr. L. W. C. Kedchenius in het voorbericht van „De handelingen der regeering en der Staten-Ueneraal, betreffende het reglement op het beleid der regeering van Nederl.-Indië; blz. VU.

2) Gedurende de Engelsche overheersching was Java als een onderhoorigheid van Bengalen onder het bestuur van een luitenant-gouverneur, Sir Thomas Stamford Raffles, gesteld.

Sluiten