Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar de nieuwe regeling evenwel op zich liet wachten werd bij K. B. van 26 April 1902 (Ned. Stbl. n°. 49, Ind. Stbl. n°. 223) in zooverre daarop teruggekomen, dat in 1903 en volgende jaren, totdat nader daaromtrent beschikt zal zijn, het groot-ambtenaarsexamen weder kan worden afgenomen op den voet van de bepalingen van bovengenoemd besluit van 1883, behoudens dat het examen zoowel in de Javaansche als in de Maleische taal verplicht zal zijn 1).

b. Inlandsch bestuur, Regenten en Districtshoofden.

1. Regenten. De verdeeling der residentiën in regentschappen geschiedt door den Gouverneur-Generaal 2). Ook ten opzichte van de grenzen en uitgestrektheid daarvan, heeft men zooveel mogelijk den vorigen toestand in het oog gehouden. Zij zijn meestal dezelfde, als toen zij onder het bestuur der voormalige inlandsche vorsten stonden.

De benoeming van den regent geschiedt door den GouverneurGeneraal. Bij het openvallen van de betrekking wordt, wat Java althans betreft , zooveel mogelijk het beginsel van erfelijkheid in acht genomen. Een der zonen of een der nabestaanden wordt, wanneer hij zich door bekwaamheid, ijver en trouw onderscheidt, benoemd. Langs dien weg tracht men de aanzienlijke geslachten aan het Nederlandsch gezag te verbinden. Zij dragen naar gelang van hunnen rang den titel van Adipati of van Toemenggoeng. De eerste heeft den rang van luitenant-kolonel, de andere dien van majoor. Naarmate van hunnen rang hebben zij ook recht op bijzondere eereteekenen. Aan enkele regenten wordt wel eens de titel van Pangéran (prins) verleend, waarnaast geen ambtelijk praedicaat gevoerd wordt.

1) In de Mem. v. Toel. tot het ontwerp van wet tot verhooging van het Iste hoofdstuk der begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië voor 1903 (wet van 23 Juli 1903. Stbl. n°. 224) waarvan het doel is de instelling van een candidaat-ambtenaarscliap tijdelijk mogelijk te maken, zegt de Min. v. Kol. Idenburg toe bij of tijdens de behandeling van de begrooting voor 1904 de uitvoering van zijn denkbeelden nader te zullen ontwikkelen en daaromtrent dan eene beslissing voor te bereiden. Zitting 1902—1903, 172 n°. 3. Zie Aanteekening V.

2) Regeerings-regl. art. 69. Met uitzondering van de \ orstenlanden en een deel van Batavia, bestaan alle residentiën op Java en Madoera uit een of meer regentschappen.

Sluiten