Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigd, ook daarvoor zich van de diensten der bevolking te bedienen. Bovendien werden de contracten somtijds met laakbare willekeur en groote onachtzaamheid gesloten. Verscheidene ondernemingen gingen te gronde tengevolge van de onkunde en zorgeloosheid, alsmede van den speculatiegeest der ondernemers, die de contracten tegen een veel hoogeren prijs kochten, dan zij waard waren, waardoor millioenen verloren gingen. Bovendien stond de belooning, die den Javaan verstrekt werd, niet in verhouding tot den geleverden arbeid. Ten gevolge van de ontzaglijke opdrijving van het cultuurstelsel, gingen verarming en achteruitgang, knevelarij en onderdrukking door de hoofden zeiven hand aan hand.

Het was dit stelsel, dat den demoraliseerenden invloed uitgeoefend heeft, waarvan wij boven spraken, en dat jaarlijks de millioenen deed vloeien in de Nederlandsche schatkist. Oefende het een treurigen invloed uit op het lot en de ontwikkeling der bevolking, ook uit een ander oogpunt werkte het minder gunstig door de gelegenheid te geven gemakkelijk winsten te behalen, en aan den onderdernemingsgeest der vrije industrie haren prikkel te ontnemen.

Zoo stonden de zaken, toen het Regeerings-reglement. van 1854 tot wet verheven werd. Sedert de Grondwet de inmenging van de wetgevende macht toeliet in koloniale aangelegenheden, had men aangedrongen op meer openbaarheid van de toestanden en de regeerings-maatregelen. De misbruiken, de lasten der bevolking, werden meer ter kennis van het publiek gebracht, en het geweten der Nederlandsche natie werd wakker geschud. Maar nog kon men zich niet geheel losmaken van de winsten die het cultuurstelsel afwierp. Eene geheele afschaffing er van scheen bovendien voorhands onraadzaam , omdat de huishouding van het moederland die inkomsten nog niet ontberen kon. Maar wilde men niet geheel met het oude stelsel breken, toch scheen temperen en voorbereiden voor eenen geheel vrijen toestand gebiedend geëischt te worden. Vandaar dat wel bij art. 56 van het Regeerings-reglement den GouverneurGeneraal de verplichting opgelegd wordt om „de op hoog gezag ingevoerde cultures zooveel doenlijk in stand te houden," maar tevens daaraan eenige voorwaarden verbonden worden. Vooreerst moet er toezicht gehouden worden, dat die cultures niet door eene al te groote opvoering de teelt van genoegzame voedingsmiddelen in den weg staan; ten tweede, voor zooverre zij plaats hebben op gronden, door de bevolking voor eigen gebruik ontgonnen, moet de beschikking over die gronden met billijkheid en eerbiediging

Sluiten