Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent de inlandsche en daarmede gelijkgestelde ') bevolking schrijft het Regeerings-reglement voor, dat, behoudens in de gevallen waarin de Gouverneur-Generaal, in overeenstemming met den Raad van Indië, de daarvoor vatbare bepalingen der wetgeving voor Europeanen toepasselijk heeft verklaard, of waarin zij zich vrijwillig hebben onderworpen aan die wetgeving, door den inlandschen rechter de godsdienstige wetten, instellingen en gebruiken der Inlanders worden toegepast, voor zoover die althans niet in strijd zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid en rechtvaardigheid *).

Ook de Ëuropeesche rechter zal naar die wetten, instellingen en gebruiken moeten vonnissen, althans daarop acht moeten slaan, indien hij recht heeft te doen in zaken waarbij Inlanders zijn betrokken , hetzij dan in zaken van aan zijn rechtspraak onderworpen hoofden, of in hooger beroep van door den inlandschen rechter gedane uitspraken, hetzij in zaken waarin Inlanders als verweerders in burgerlijke of handelszaken voor hem terechtstaan 3).

In afwijking van de Grondwet van Nederland worden, met uitzondering van het Hooggerechtshof, de leden van de rechterlijke macht in Indië niet voor hun leven benoemd 4).

De leden van het Hooggerechtshof worden voor het leven benoemd. Daar het echter meermalen gebeurt, dat de leden met verlof naar Nederland vertrekken, zou hunne plaats onvervuld blijven gedurende al den tijd dat zij afwezig zijn, hetgeen voor den geregelden gang der zaken niet wenschelijk is. Daarom is bij art. 99 van het Regeerings-reglement bepaald, dat de aanvrage om verlof buiten Nederlandsch-Indië voor den president, vice-president, en leden van het hof geacht wordt tevens te bevatten hun verzoek om ontslag. Teruggekeerd in Indië worden zij zooveel mogelijk bij de eerste vacature in hunnen vorigen rang bij het hof benoemd.

1, ,je Inlanders worden gelijkgesteld Arabieren, Mooren, Chineezea en allen, die Mohammedanen of heidenen zijn, met uitzondering van de Japanners, die sedert kort met Europeanen zijn gelijkgesteld (Art. 109 Reg.-regl. zooals dit luidt na de wijziging bij de wet van 19 Mei 1899, Stbl. 121). Burgerrechtelijk behooren de Chineezen in den regel niet tot de met Inlanders gelijkgestelden. Met uitzondering van enkele zaken zijn zij in eersten aanleg aan de rechtsmacht der Ëuropeesche rechtbanken onderworpen.

2) Regeerings-regl. art. 75 3e lid. Zie ook art. 78 ibid.

3) Art. 75, 4® en 6e lid, ibid.

4) Art. 95 ibid.

Sluiten