Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeerooverij, prijzen en buit, slavenhandel en aanvaring en aandrijving, zonder onderscheid van den landaard der beklaagden, in burgerlijke zaken, van alle zaken die niet tot de competentie van den residentierechter behooren en zonder onderscheid van landaard van alle geschillen in zake prijzen en buit en zee- en strandvonden.

Ook de inlandsche vorsten en hoofden staan, wanneer tot hunne vervolging het verlof is verleend, voor den raad van justitie te recht.

Hij oordeelt in hooger beroep tegen alle daarvoor vatbare vonnissen van residentiegerechten en landraden op Java en van residentiegerechten, landraden of daarmede gelijkstaande rechtbanken op de Buitenbezittingen tot zijn ressort behoorende, en neemt in revisie kennis van alle geen vrijspraak inhoudende vonnissen gewezen in zaken van misdrijf door de landraden op Java en Madoera en de gelijkstandige inlandsche rechtban en op de Buitenbezittingen tot zijn ressort behoorende.

De raden van justitie vonnissen en beschikken in alle zaken met drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.

Alvorens thans het hoogste rechtscollege voor Xederlandsch-Indiö te gaan behandelen, willen wij hier er de aandacht op vestigen, dat eerst zeer onlangs in de residentiën Soerakarta en Djokjakarta het rechtswezen op gelijken voet geregeld is als elders op Java ')■ Voor Djokjakarta is evenwel bepaald, dat geen verandering wordt gebracht in de instelling en rechtsbevoegdheid van de rechtbank en gerechten voor burgerlijke zaken tegen de onderdanen des Sultans (pengadillan's, pradoto's (balemangoe en wedono's), en dat voor die onderdanen de soerambi gehandhaafd blijft, doch alleen voor de berechting van echtscheiding ten verzoeke der vrouw tegen den wil van haren man, terwijl van de beslissing dezer rechtbank

1) Bij K. B. van 20 Sept. 1901 Ind. Stbl. 1903 n°. 7, heeft de Koningin den Gouverneur-Generaal o. m. daartoe gemachtigd, die bij ordonn. van 7 Jan. 1903, Ind. Stbl. n°. 8 van die machtiging gebruik heeft gemaakt.

Voor dien tijd had men in Soerakarta en Djokjakarta, behalve de inlandsche rechters, ten behoeve van de gouvernements-onderdanen, een resideutieraad, bestaande uit den resident als voorzitter en een aantal door den G.-G. te benoemen leden, terwijl de resident en zijn vervangers politierol hielden. In Djokjakarta was tevens nog een rechtbank voor Crimineele zaken samengesteld uit den resident, geassisteerd door den secretaris en twee toemoenggoengs.

Sluiten