Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij voor het laatste 'sKonings uitdrukkelijke machtiging noodig. Bovendien heeft hij de bevoegdheid, om in gevallen van oorlog of opstand de kolonie geheel of ten deele in staat van beleg te verklaren, en is hij verplicht, alle maatregelen te nemen tot bescherming van de eer van den Staat en van de kolonie tegen aanranding van buiten. Verder is hij bevoegd in dringende omstandigheden, ook buiten gevallen van oorlog of opstand, onder nadere bekrachtiging door de wet, wetten geheel of gedeeltelijk te schorsen voor de geheele kolonie of een gedeelte ervan, en kan hij eindelijk, indien daarvoor dringende redenen bestaan, voorloopige overeenkomsten met vreemde machten aangaan onder voorbehoud van 's Konings goedkeuring ')•

"Voor het overige bezit hij wel het uitvoerend gezag, maar deelt hij de wetgevende macht met eene koloniale vertegenwoordiging 4).

Tengevolge van het uitvoerend gezag, waarmede de Gouverneur bekleed is, draagt hij zorg voor de afkondiging en de uitvoering van de wetten en Koninklijke besluiten, alsmede van de koloniale verordeningen, en heeft hij, evenals de Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Jndie, de bevoegdheid, de afkondiging of tenuitvoerlegvan de beide eerstgenoemde te schorsen wegens gewichtige redenen, waarvan hij mededeeling doet aan den Koning, en waarvan deze, zoo het eene wet geldt, kennis moet geven aan de Staten-Generaal. Tot de afkondiging der koloniale verordeningen gaat hij, tenzij in spoed vereischende gevallen, in den regel niet over, dan wanneer hij het bericht ontvangen heeft, dat bij den Koning geen voornemen tot vernietiging bestaat, of wanneer na de opzending zes maanden verloopen zijn, zonder dat hij het bericht ontvangen heeft, dat de vernietiging heeft plaats gehad, of bij den Koning in overweging is 3).

volgens de bepalingen van de Grondwet van het Koningrijk, voor de kolonie gemaakt of voor haar toepasselijk gemaakt zijn; b. de besluiten des Konings, genomen in den vorm, bij de Grondwet van het Koningrijk voorgeschreven voor algemeene maatregelen van bestuur; c. de koloniale verordeningen vastgesteld door den Gouverneur, met goedkeuring van de Koloniale Staten; 3°. de besluiten, houdende algemeene maatregelen door den Gouverneur, den Raad van Bestuur gehoord, binnen de grenzen zijner bevoegdheid uitgevaardigd; 4°. de keuren en reglementen door de in art. 115 genoemde besturen (d.z. districts-, plaatselijke en waterschapsbesturen) binnen de grenzen hunner bevoegdheid uitgevaardigd.

1) Reg.-regl., art. 29 v.v.

2) Art. 92 v.v. ibid.

3) Art. 42 v.v. ibid.

Sluiten