Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met de noodige zaakkennis toegerust te observeeren, waar te nemen al datgene, waarvan de kennis voor den nationalen arbeid van belang kan zijn en anderzijds het waargenomene te rapporteeren opdat de vaderlandsche belangen uit de langs dezen weg omtrent toestanden en omstandigheden in den vreemde verstrekte gegevens, profijt kunnen trekken.

Nu is in verband met wijzigingen in de vormen van verkeer en in de oeconomische toestanden, dat deel der taak, hetwelk op voorlichting gericht is allengs meer op den voorgrond getreden en het is deze eisch welke van grooten invloed moet zijn op de inrichting van den geheelen dienst. In verband hiermede is de Commissie van oordeel, „dat voor de goede werking der vertegenwoordiging eensdeels tusschen diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging een behoorlijk, ten meesten nutte der nationale weerbaarheid op industrieel en commercieel gebied werkzaam verband gelegd en onderhouden worde, en anderdeels dat een rationeel gebruik van de medewerking der honoraire consuls den dienst van het ambtelijk personeel aanvulle en steune."

Op welke wijze deze samenwerking zal moeten worden verkregen wordt door de Commissie in de eerste plaats uiteengezet. Achtereenvolgens behandelt zij in hoofdzaak : Diplomatieke ambtenaren, onbezoldigde consulaire ambtenaren en bezoldigde consulaire ambtenaren. Van deze laatsten komen ter sprake de opleiding en de bevordering. Hierna worden behandeld de indeeling in districten en ressorten en een plan voor de bezoldigde consulaire ambtenaren. Verder komen aan de orde: bezoldiging, emolumenten vergoedingen, verloven, pensioen, een splitsing van het consulaire corps met het oog op de eischen der standplaatsen en ten slotte de vraag, of het wenschelijk is naar het voorbeeld elders gegeven, handels- en technische attachés, ambtenaren, die niet rechtstreeks tot het consulaire corps behooren, aan een legatie of consulaat toe te voegen, een vraag door de commissie in 't algemeen, althans vooi zoovel de handelsattaches betreft, ontkennend beantwoord.

Wat den vorm der regeling betreft meent de Commissie, dat deze bij algemeenen maatregel van bestuur moet worden tot stand gebracht, welke zal moeten treden in de plaats van het bestaande Consulair reglement. Een ontwerp hiervoor heeft zij bij haar rapport gevoegd.

In een tweede paragraaf schetst zij voorts in groote trekken de werkzaamheid van de consulaire ambtenaren en geeft zij aan welke

Sluiten