Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht, terwijl daartoe tevens dienen de batige sloten van vroegere diensten en toevallige baten, welke uit den aanleg der vestingwerken kunnen voortvloeien.

Nog steeds geschiedt dit, zeiden wij, want de verdere bepaling van art. 3 der wet van 1874, S. 64, dat te rekenen van 1 Jan. 187-> de werken binnen 8 jaren voltooid moesten zijn, is een doode letter gebleven.

In aansluiting hieraan vestigen wij nog de aandacht op de wet van 21 Dec. 1853, Stbl. 128 (gew. door Inv.wet S. R. 15 April 1886, S. 64), houdende bepalingen betrekkelijk het bouwen, planten en het maken van andere werken binnen zekeren afstand van vestingwerken van den Staat.

In het algemeen verbiedt deze wet tusschen de buitengrenzen van vestingwerken en de zoogenaamde verboden kringen te bouwen, houtgewassen te planten of eenig werk te maken, tenzij voorzoover dit bij de wet is toegestaan of daartoe overeenkomstig hare bepalingen vergunning is verleend.

De vestingwerken welke verboden kringen hebben worden in diie klassen gerangschikt. Bij Koninklijk besluit wordt bepaald wat \estingwerken zijn, tot welke klasse een vestingwerk of gedeelte daarvan behoort, welk vestingwerk of gedeelte daarvan in geene klasse wordt gerangschikt, en ten aanzien van welke perceelen, hoezeer binnen een verboden kring liggende, de wet niet van toepassing zal zijn. Bij verschillende Koninklijke besluiten is hieraan uitvoering gegeven.

Infanteriecursus.

Bladz. 333 reg. 7 v. o. Het K. B. van 22 Sept. 1892, S. 222, is ingetrokken en vervangen door dat van 18 Aug. 1902, S. 171, waarbij een cursus is opgericht bij de regimenten infanterie — daaronder begrepen het reg. Grenadiers en Jagers — geheel of gedeeltelijk in garnizoen te 's-Gravenhage, Bergen op Zoom, Leiden, Amersfoort, Breda en Arnhem, alsmede bij het Instructie-bataljon.'

Opleiding officiersrang.

Bladz. 334 noot 1. Het reglement voor de Koninklijke Militaire Academie (1895, S. 40) is nader gewijzigd bij K. B. 26 Februari 1902, S. 39 en 21 October 1902, S. 189, bij welk laatste besluit tevens de reglementen voor de Cadettenschool (1893, S. 58) en den Hoofdcursus (1892, S. 221) zijn gewijzigd.

50

Sluiten