Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landen toen nog de bovenhand hield. Gematigd was het met; men schilderde elkander de tegenstanders met de donkerste kleuren af.

Het potsierlijke Latijn doet onmiddellijk denken aan de „Epistolae obscurorum virorum". Doch een tijdperk van vijfenveertig jaren scheidt den eersten druk dier „Epistolae" van de verschijning der „Colloquia". Dat belde van dezelfde auteurs afkomstig zouden zijn, kan niet ondersteld worden. Men zou deze „Gesprekken" ook in verband kunnen brengen met den vervaardiger der „Apotheose" van Eiewerd Tappert, afgedrukt in Dl. I der „Bibliotheca reformatoria neerlandica", daar in het eene geschrift zoowel als in het andere Riewerd Tappert de hoofdpersoon, het voornaamste mikpunt der bespotting is. Doch dat de „Gesprekken" door denzelfden schrijver opgesteld zouden zijn als de „Apotheose" moet hoogst onwaarschijnlijk worden geacht wegens het verschil in de voorstelling van het gebeurde met Florentius van Edam (Floris Egbertszoon), pastoor te Amsterdam ')• Ook ademen deze twee geschriften, in weerwil van alle overeenkomst in strekking, niet geheel denzelfden geest. Afgezien van eenige smalende opmerkingen wordt het monnikwezen zelf in de „ Apotheose" niet bestreden; in de „Colloquia" geschiedt dit wel. Behalve dat het onophoudelijk bloot staat aan de onbarmhartigste beschimping2), wordt het ook in den diepsten grondslag aangetast door de veroordeeling der „geloften". „Als de monnikskap iemand behoudt, is Christus te vergeefs gestorven", zoo luidt het3). Voor hen die de Augsburgsche Confessie en de Apologie goed gelezen hebben, zegt dit genoeg. Ook de aanbidding

1) Apotheosxs fol. 76 seq., in Dl. I der Bibliotheca reformatoria neerlandica, s Gravenh. 1903, blz. 630 vlg.; Colloquia, quat. C, bl. iiijr; hierachter, blz. 148. Vergelijk Hooft, A'ederlandsche Historiën, II, 57U. Brandt, Historie der Reformatie, Amst. 1677, bh. '247—950 '

2> AJl6L1 kwaaduwordt veroorzaakt door de monniken: Colloquia quat. F, bl. uj»; hierachter, blz. 164.

J>00^ S"*1.' D' ubl- iv' 'Jr- "jr; hierachter, blz. 150-152. Vgl. E, bl. mjr; H, bl. ir; hierachter, blz. 159, 173.

Sluiten