Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

David tegen den Britschen Goliath de aanleiding is geweest, ten zeerste toejuichende, mogen wij toch niet onvermeld laten het feit dat er, begin Mei dezes jaars, in de Koninklijke Residentie, ten bate der Maatschappij van Weldadigheid, gecollecteerd is, door heeren van aanzienlijken huize nog wel. Toen kwam er geen eind aan de botjes. Toen gaven de rijksten „niet tehuis" of „deden er niet aan," of schonken een dubbeltje. Toen hoorden w{j verzekeren dat er al zooveel lasten op de schouders der vermogenden drukten. Die arme schouders, zij baden om medelijden!

Nu, daar was geld. Daar was alleen maar geen goede wil. Of moeten wij gelooven dat de residenticbewoners, uit sympathie voor de Boeren, hun kapitaaltjes hebben aangesproken?

Troostrijk is 't in ieder geval, te vernemen, hoe zwaar beladen schouders nog zooveel torsen kunnen!

AANTEEKENING 11. In 1849 bedroeg 't aantal krankzinnigen 3.80, thans 15.06 per 10.000 inwoners. — De gemeente Rotterdam alleen geeft jaarlijks 150.000 gld. uit voor haar krankzinnigen.

Schreeuwende cijfers!

De Gerechtelijke Statistiek levert de volgende uitkomsten:

Gemiddelde gevangenisbevolking naar 't aantal verblijfdagen

in 1887 3171

in 1897 3760

vermeerdering 18,5"/0

Aanwezig op uit" Dcc. 1887 3084 gev.

„ op uit" Dec. 1897 3769 gev.

dus een vermeerdering van 22°/0.

Totaal aantal verblijfdagen:

in 1887 1.154.961.

in 1897 1.374780.

dus een vermeerdering van 19°/,

terwijl de bevolking des rijks in 't zelfde tijdsverloop van 4.450,870 tot 5.004.204 gestegen was. Dus slechts een vermeerdering van 12°/,.

Arithmetisch uitgedrukt staat dus de. toename der geheele bevolking tot die der criminaliteit als 12 tot 20, of 3 tot 5.

Graphisch uitgedrukt, is de verhouding deze:

Toename bevolking ————^

Toename criminaliteit. m

Gaat het zoo voort, dan kan het niet missen of de dag van morgen zal met de vreeselijkste verrassingen ons komen overvallen.

Nu zegge men niet: „de poenale sancties nemen toe, bijgevolg „ook de misdrijven."

In doorsnede zal de Zweedsche wetgever wel evenveel nieuwe strafbepalingen gemaakt hebben als de onze. Desondanks is 't percentage der criminaliteit, onder Zweden, Gothen en Wenden, sedert 1872, in 't oog vallend, aan 't verminderen.

Ziehier 't bewijs, uit otïicieele bescheiden geput:

Sluiten