Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Roomsche theologie kent geen verbond der genade, dat zich voortzet van geslacht tot geslacht. Zij ziet in de ouders niets anders dan de natuurlijke, vleeschelijke voortbrengers van het kind. En dat kind is dus in zonden ontvangen en geboren, een slaaf van Satan, een onderdaan der wereld. Wat er van genade in dat kind inkomt, kan er slechts ingebracht worden door het instituut der kerk. Buiten dat instituut werkt God met zijne genade niet en is er niets dan de orde der natuur, de heerschappij van Satan, de macht der duisternis.

Natuurlijk ligt hier eenige waarheid in. Want van nature zijn wij allen kinderen des toorns. En zelfs de geboorte uit geloovige ouders is geen waarborg van wedergeboorte. Genade is geen erfgoed. Maar desniettemin belijden wij, dat God, als Hij zijn verbond met de ouders opricht, het ook bevestigt aan hun zaad en krachtens dat verbond ook in het hart der kinderen, vóór hun bewustzijn en buiten het instituut der kerk om, werkt en werken kan met zijn genade en Geest. De kinderen, uit geloovige ouders geboren, zijn in Christus geheiligd, ook voordat zij persoonlijk met het instituut der kerk in aanraking komen en door den doop er worden ingelijfd.

Maar zoo oordeelt Rome niet. Voor haar staan de kinderen van Christenouders volkomen met Heidenen gelijk. Dit blijkt duidelijk daaruit, dat heel het ritueel van den ouden proselietendoop op den Kinderdoop is overgedragen. Er is niets van weggelaten ; het is alles slechts in enkele snel op elkaar volgende acten saamgetrokken. De kinderen worden buiten de kerk aan den ingang opgewacht. Zij vragen van de kerk niet als geloovigen den doop, maar als ongeloovigen het geloof. Zij worden gezegend met het teeken des kruises. Zij worden tot driemalen toe geëxorciseerd, dat is, van de macht des Duivels verlost enz. Zij

Sluiten