Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, uit ongeloovige of Heidensche ouders geboren, op één lijn. Alleen heeft het boven deze laatste kinderen dit voor, dat het onder omstandigheden geboren is, die het gedoopt worden mogelijk maken.

Ten tweede, alle weldaad der genade wordt voor het eerst geschonken in en door den doop. Het uitwendig waterbad is de afwassching der zonden zelve. De doop bij kinderen onderstelt niets, maar schenkt alles; en hij geeft alles enkel en alleen daardoor, dat hij voltrokken wordt, uit kracht van het gedane werk. De doop is dus bij kinderen principieel van alle geestelijke en zedelijke onderstellingen losgemaakt; hij gaat niet uit van de gedachte, dat de kinderen van geloovige ouders kinderen des verbonds zijn, door God in genade aangenomen en dus buiten hun weten de weldaden des verbonds deelachtig. Maar de doop maakt de kinderen tot kinderen des verbonds, tot leden der kerk, tot deelgenooten der genade. Hij stort door zijne verrichting de genade der wedergeboorte en der vergeving in het hart der kindereu uit; ja, hij bevrijdt van alle schuld en straf en neemt ook zelfs de smet der zonde ganschelijk en volkomen weg.

En ten derde, dat een kind, alzoo in zonden ontvangen en geboren, desniettemin gedoopt mag worden, rechtvaardigt Rome door het stelsel van getuigen. Een kind, uit geloovige ouders geboren, is en blijft vóór den doop een kind des toorns. Maar nu komen de getuigen als vertegenwoordigers der kerk ; zij nemen het kind als het ware over; zij nemen het in geestelijken zin voor hunne rekening; zij laten plaatsvervangend hun geloof en belijdenis aan het kind ten goede komen; het geloof der kerk komt te staan in de plaats van het geloof van het kind. De ouders zijn de natuurlijke voortbrengers van het kind; maar de getuigen zijn zijne geestelijke ouders. De ouders hebben dus

Sluiten