Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worpen en door die van zonde en genade vervangen. De ouders werden daarom vanzelf weer de geestelijke verzorgers van het kind, gelijk zij dit ook waren op stoffelijk gebied.

Wel is waar werden de getuigen bij den Kinderdoop door de Hervorming niet ganschelijk afgeschaft. Van de Lutherschen was het te verwachten, dat zij dit niet deden, want in den regel behielden zij, wat niet bepaald door de Schrift verboden was. Maar ook de Gereformeerden zijn hierbij niet radicaal te werk gegaan. Men zegt gewoonlijk wel, dat, terwijl de Lutherschen alles behielden, wat niet va-boden was, de Gereformeerden alles afschaften, wat niet geboden was; maar dit is een veel te algemeene regel, dan dat hij altijd gelden en niet vele uitzonderingen toelaten zou.

Het behouden van het getuigenstelsel toont dit duidelijk aan. De Gereformeerden waren geen Wederdoopers, die in omverwerpen behagen schepten. Zij gingen ook bij de hervorming van leer en leven, van kerk en maatschappij met verstand en gematigdheid te werk. Wat heeft een man als Calvijn in Genève op het stuk van de regeering der kerk niet toegegeven, om maar vrede te verkrijgen en bij de handhaving van wat beginsel was, des te sterker te staan.

Zoo is ook ten opzichte van het stelsel van getuigen gehandeld. De Gereformeerden erkenden algemeen, dat getuigen bij den doop in de Schrift niet geboden werden en dus ook niet noodzakelijk waren. Zij lieten het nemen van getuigen aan de ouders over en legden hun geen verplichtingen op. Als zij het doen wilden, was het goed; maar wie het lieten, waren niet te veroordeelen.

De Synode te Emden 1571, art. 20, sprak het algemeen gevoelen uit, als zij zeide, dat getuigen in den doop te nemen of niet te nemen, een middelmatig ding is, en dat

Sluiten