Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de keuze der getuigen ging men zeer lichtvaardig te werk. Dikwerf lette men meer op stand en rang, op voordeel en eere, dan op zuiverheid van leer en leven. De Provinciale Synode van Zeeland, gehouden te Veere in 1610, klaagde erover, dat openbare goddelooze spotters en verachters der religie als getuigen werden toegelaten en vermaande de gemeenten, zulke personen niet als getuigen aan te nemen (ib. 99).

Langzamerhand is het nemen van getuigen in de Gereformeerde kerken hier te lande in onbruik geraakt. In Engeland drongen de Puriteinen reeds veel vroeger op afschaffing aan. Maar ook in ons land was de nuttigheid te gering en het misbruik te groot, dan dat het zich bij ernstig gezinden kon staande houden.

En werkelijk bestaat er geen reden, om wederinvoering van dit oude gebruik te wenschen. In enkele gevallen zijn bij ontstentenis der ouders getuigen van noode. Maar indien de ouders leven en in staat zijn, om de doopsbelofte af te leggen, dan zijn zij daarvoor de aangewezen en verantwoordelijke personen.

Getuigen hebben immers juist in gevallen, als het erop aankomt, toch niets te zeggen. De ouderlijke macht breekt, indien zij wil, allen invloed der getuigen. Hun belofte is daarom, hoe goed gemeend ook, toch in zulke gevallen, waar het noodig zou zijn, van schier geen waarde.

De ouders zijn de natuurlijke en geestelijke verzorgers van het kind.

Dat is het beginsel geweest, waar de Gereformeerden van uitgingen. En daardoor hebben zij het getuigenstelsel van zijn beteekenis beroofd en langzamerhand doen uitsterven.

XII.

De Reformatie heeft de rechten en plichten der ouders

Sluiten