Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het advies was destijds geweest, dat men in zulke gevallen aan het verlangen der ouders zou voldoen, maar dan enkele geloovigen erbij zou laten komen, om zoodoende eenigermate eene vergadering van geloovigen te hebben.

In later tijd had men evenzeer moeite gekregen met misdadigers, die ter dood waren veroordeeld, en in de gevangenis wilden gedoopt worden, en met kranken, die in stervensnood zijnde, den doop aan huis begeerden.

De Zuidhollandsche Synode te Delft in 1596 had ten aanzien van dit laatste geval geoordeeld, dat men zulke personen eerst en vooral zal zoeken tevreden te stellen met goede onderrichting uit Gods Woord, dat de zaligheid aan den doop niet is gebonden ; maar dat men hun, indien zij in hun begeerte volhardden, toch den doop toedienen zou, doch met voorgaande kennis van den kerkeraad en in tegenwoordigheid van een goed getal geloovigen enz.

De Noordhollandsche afgevaardigden daarentegen gaven op de Synode van Dordrecht 1618/1619 een veel beslister advies. Volgens hunne meening moest men ten aanzien van den huisdoop blijven bij de besluiten der vorige drie Generale Synoden. Daar toch had men bepaald, dat men den doop niet anders bedienen zou dan in de openbare vergadering, alwaar Gods Woord gepredikt wordt en dat men dienvolgens hen, die een private bediening des doops in huis verlangden, met redenen uit Gods Woord behoorde te onderrichten; want de sacramenten behooren niet, gelijk in het pausdom geschied is, van de prediking van Gods Woord gescheiden en in bijgeloovige ceremoniën veranderd te worden. Ook behoorde de grove superstitie van de absolute noodzakelijkheid des doops uit de harten der menschen uitgeroeid te worden, dewijl niet het

Sluiten