Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang in het bedwingen van den opstand verspild, werden dan weer voor de uitbreiding van het ware geloof beschikbaar. De krachten der Nederlanden, te lang helaas voor de zaak der ketterij misbruikt, werden dienstbaar aan de belangen der Kerk en aan de grootheid der Spaansche monarchie. En niet gering waren de krachten der Nederlanden. Rijk aan bevolking en hulpmiddelen, konden de zeventien gewesten, zonder overspanning, dertig duizend voetknechten, twee duizend ruiters en honderd oorlogsschepen ter beschikking van den landsheer stellen 1); en met die macht versterkt was Spanje meester van Europa. Het zou dan niet moeielijk vallen in Frankrijk de nederlaag der Hugenoten te voltooien en aan de vrienden der Ligue de heerschappij te verzekeren. Dan was het tijd om met vereende krachten het gehate Engeland aan te grijpen, dat Philips en de Kerk bij iedere gelegenheid in den weg trad, maar waar het getal van rechtgeloovigen nog aanzienlijk genoeg was, om, bij krachtigen stoot buiten, de kettersche regeering omver te werpen. En begon dan eindelijk in Duitschland de laatste beslissende worsteling, die zich dagelijks duidelijker en van naderbij aankondigde, dan zou Spanje zich niet te vergeefs in dien strijd mengen; de katholieke Kerk zou even onverdeeld over Europa gaan heerschen als over Spanje zelf.

Om dit grootsche doel te bereiken werd volharding gevorderd, maar ook matiging. Niet te veel op eens moest er ondernomen worden. Eerst de opstand in 's Konings landen bedwongen, eer men de ketters in het buitenland aantastte. De belèediging en de schade, door Elisabeth jaren lang aan Spanje aangedaan, en nog onlangs door den moord van Maria Stuart verzwaard, moest, hoe ondragelijk het scheen, nog een poos worden verdragen: de wraak zou te schitterender zijn, naarmate zij langer was uitbleven. Zoo het mogelijk was, diende men zelfs Elisabeth door vredesaanbiedingen van de zaak der Nederlanden af te trekken, om deze, aan zich zelve overgelaten, des te zekerder ten onder te brengen. En het geluk wilde, dat juist nu het getwist der Staten met Leicester de Koningin van de Hollanders afkeerig had gemaakt. De vredehandel, reeds voor twee jaren aangeknoopt, werd thans ijveriger dan ooit door haar gedreven. Nu zocht zij de Staten daarin te betrekken, maar het was te voorzien, dat, die

1) Zoo rekende Oldenbarnevelt, in 1598, aan Hendrik IV de oorlogsmiddelen der Nederlanden voor, naar luid van het door hem zeiven opgestelde Verhaal zijner ambassade.

Sluiten