Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds sedert jaren had Philips een groote onderneming tegen Engeland op het oog, meer nog in het belang der katholieke Kerk dan in dat der Spaansche heerschappij, hoewel hij ook in Engeland het zekerst de Nederlanden dacht te herwinnen. Engeland immers, door de kettersche koningin Elisabeth geregeerd, was de steun der opstandelingen tegen den Paus en den Spaanschen Koning, van allen, overal. Hoe waren de tijden veranderd! Van ouds hadden de gebieders der Nederlanden zich steeds de trouwste bondgenooten der Engelsche vorsten betoond tegen hun natuurlijken vijand, Frankrijk: eerst de graven van Vlaanderen, later de opvolgers van dezen, de Hertogen van Bourgondië. Zelfs toen de Bourgondische erfenis ten laatste aan het Oostenrijksche huis was vervallen, dat nog bovendien al de Spanjes erbij verwierf, was het oude verbond in stand gebleven; geen naijver, geen vrees voor den overmachtigen nabuur had Engeland bewogen, het te verbreken. Integendeel, het huis van Tudor had zich door huwelijksverbintenis ten nauwste aan het OostenrijkschSpaansche vorstenhuis verknocht. Maar de hervorming verscheurde hier, zooals overal, de oude banden. Zoolang in Engeland protestantsche en katholieke regeeringen elkander afwisselden, veranderde ook telkens de verhouding tot Spanje. Maria, aan Philips gehuwd, hield beide kronen nauwer dan ooit vereenigd: Engelsche soldaten vochten naast de Spanjaards en Nederlanders bij St. Quentin; de laatste bezitting, die Engeland nog in Frankrijk had overgehouden, Calais, ging ter liefde van het Spaansche verbond verloren. Maar nauwelijks was Maria gestorven en door haar zuster Elisabeth opgevolgd, of de oude vriendschap sloeg over in doodelijken haat. Alras stelde zich de fiere vrouw aan het hoofd der protestantsche beweging, dus tegen Philips, den voorvechter van het katholicisme. Wie van beiden de vijandelijkheden begon is moeielijk te bepalen; vijandschap ontstond bij beiden tegelijk. De vrede van Cateau Cambresis, die, na zoo langen oorlog, Spanje en Frankrijk verzoende, met het erkende doel, om in beide landen des te rustiger de ketterij uit te roeien, was een onmiskenbare bedreiging voor de kettersche vorstin. Nooit heeft Philips het ontveinsd, dat de wederinvoering van het ware geloof in Engeland hem boven alles waard was. Elisabeth wist zeer goed, dat hij haar zonder aarzelen aan dit groote doel zou opofferen; dat alleen de macht, niet de wil, ontbrak om haar van den troon te stooten. Green wonder, dat zij haar gevaarlijke vijanden zocht te verdeelen en te bemoeilijken; dat

Sluiten